PvdA-aanhang hanteert onbewuste uitsluitingsmechanismen

Door Carel Brendel

Volgens de geschiedschrijving van Geert Mak en de politiek correcte schoolboeken is Nederland altijd een migratieland geweest. We werden in de Gouden Eeuw overspoeld door een tsunami van Vlamingen, Fransen, Duitsers, Friezen, Joden en Scandinaviërs. Maar na een korte aanloopperiode integreerden de nieuwkomers perfect in de Nederlandse samenleving. Maakt u zich dus geen zorgen, is de achterliggende boodschap. Met de moslims komt alles vanzelf goed.

Het spraakmakende boek De Europese Revolutie van publicist Christopher Caldwell maakt een hardhandig einde aan dit sprookje. Voor het eerst heeft zich met de moslims uit Turkije, Zuid-Azië en Noord-Afrika een groep immigranten gemeld - niet alleen in Nederland maar in heel West-Europa - voor wie een opgaan in het land van aankomst helemaal niet vanzelfsprekend is.

Het zijn niet alleen de imams en de regeerders van het moederland die de integratie belemmeren. In het naoorlogse Europa is een postmoderne elite aan de macht gekomen, die aanpassing aan de heersende cultuur niet zo belangrijk vindt. Vrijwillige assimilatie, vroeger de onvermijdelijke uitkomst van het emigratieproces, is in het verdomhoekje geplaatst. Wie roept dat ’ze’ zich moeten aanpassen, is al snel een racist of erger.

Volgens sommigen moeten niet de immigranten zich inspannen, maar is het zaak dat de autochtone Nederlanders integreren in de multiculturele samenleving. Af en toe hoor je zelfs de theorie dat de integratie van moslims slecht verloopt, omdat de autochtone bevolking weigert zich aan te passen aan de nieuwkomers.

Allerlei uitsluitingmechanismen zouden er de oorzaak van zijn dat de migrant zich niet prettig voelt in ons land. Deze veronderstelling wordt graag van stal gehaald als argument om onze regels en gewoonten aan te passen aan de eisen van religieuze leiders.

Ahmed Marcouch (PvdA) pleitte bijvoorbeeld in het discussieprogramma Buitenhof voor hoofddoekjes bij de politie. Door de hoofddoek niet toe te laten, zou het politiekorps moslima’s uitsluiten, redeneert de voorzitter van het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart. Een vreemde stelling, want op sollicitatieformulieren wordt nooit naar het geloof gevraagd.

Veel moslima’s kiezen er voor om geen hoofddoek te dragen. Zij kunnen zo gerust politievrouw worden, als ze aan de verdere vereisten voldoen. Als iemand echter haar hoofd bedekt uit vrije wil - of omdat het moet van de imam, de vader, de broer of de echtgenoot - sluit zij zichzelf uit van een functie, waarvoor een neutrale en uniforme uitstraling is vereist.

Afgelopen maandag las ik in de Volkskrant over een andere vorm van uitsluiting. Etnische Zakenvrouwen Nederland (EZVN) tekende in het bijzijn van premier Jan Peter Balkenende een overeenkomst voor de ‘pilot’ (sorry, zo heet dat) ‘rolmodel stimuleert talent’. Het komende half jaar worden veertig hoogopgeleide allochtone vrouwen aan een baan geholpen.

EZVN-voorzitter Maritza Russel: “Bedrijfsculturen kennen soms onbewust uitsluitingmechanismen. Denk bijvoorbeeld aan de vrijdagmiddagborrel. Allochtonen borrelen niet - moslims drinken zelfs helemaal niet - en blijven dus weg.”

Hier zien we weer eens het omkeren van de zaak. Bedrijven organiseren juist borrels om de boel bij elkaar te houden. Vervolgens zijn het sommige moslims die er zelf voor kiezen om weg te blijven. Bovendien gaat het slechts om een deel van de moslims, waarvan de religieuze norm opeens als geldig voor de hele groep wordt bestempeld.

Er bestaan genoeg moslims die rustig een biertje of een wijntje drinken met hun vrienden en collega‘s. Daarnaast zijn er moslims, die zo’n bijeenkomst alcoholvrij bezoeken. In wezen is hier sprake van een groep die zichzelf uitsluit met een beroep op religieuze regels. Er bestaat dus geen enkele reden om de Nederlandse bedrijfscultuur in de verdachtenbank te zetten.

De vereniging EZVN gaat nu ’jonge professionals’ aanmoedigen om deel te nemen aan de gezellige afsluiting van de werkweek. Komen die ’hoog opgeleide talenten’ niet zelf op het idee dat ze door zichzelf uit te sluiten een zelfgekozen apartheid bevorderen?

Over uitsluiting gesproken. De Telegraaf meldde onlangs dat Mariska Schaefer, dochter van partijlegende Jan Schaefer, uit de PvdA is gestapt en deelneemt aan de verkiezingscampagne van een concurrerende partij. Mariska heeft een snoepwinkel in de Jordaan. Na haar overstap werd de spreekwoordelijke tolerantie van de Grachtengordel goed zichtbaar.

Doordat Mariska haar rode nest heeft verlaten, heeft ze de afgelopen weken klanten verloren, meldt de Telegraaf: “Ik krijg mensen in de winkel die het niet begrijpen. Er zijn klanten die me een overloper noemen. Of een verrader. Er zijn er zelfs die geen gedag meer tegen me zeggen als ze langslopen.“

Wat heeft Mariska Schaefer misdaan? Is ze lid geworden van de ’racistische’ PVV, een halsmisdrijf in haar omgeving? Is ze paria geworden door haar sympathie te betuigen voor Rita Verdonk? Nee, Mariska’s doodzonde is haar steun voor de braaf-liberale VVD, die in het centrum van onze hoofdstad een einde wil maken aan de regeltjesterreur van Els Brezjneva Iping.

Honderd jaar geleden werden afvallige katholieken in Brabant en Limburg uitgestoten en geboycot als ze voor het socialisme kozen. Nu zijn het de socialisten die afvalligen met de nek aankijken.

Eigenlijk is het een wonder dat die PvdA nog altijd 13 zetels weet te halen in de peilingen.

Geplaatst op 14 oktober 2009

 

Homepage: www.hetverraadvanlinks.nl