De wereld van de persvrijheid
volgens Joop Door Carel Brendel Valt u ook iets op bij het bekijken van deze landkaart, die
wereldwijd de stand van zaken op het gebied van de persvrijheid in beeld brengt? Allereerst natuurlijk de
groene gebieden, waar persvrijheid heerst. Die vallen vrijwel geheel samen met Het Vrije Westen. Het
grootste deel van Europa kent een vrije pers, net als Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland, Japan en
wat verdwaalde landjes op de rest van de aardbol. Dan de landen zonder persvrijheid. Deze blauwe gebieden liggen vrijwel allemaal in Azië en Afrika. De
zone van de staten zonder vrije pers bestaat grotendeels uit islamitische en (voormalige) communistische
landen. Op het westelijk halfrond horen Cuba en Venezuela bij de boosdoeners. Valt u ook iets op in het bericht dat website Joop vanmorgen wijdde aan de Internationale Dag van de
Persvrijheid? Het opvallende van dit bericht is dat onze vrienden van de Vara dit overduidelijke
kleurverschil niet benoemen. En als er dan toch nog iets wordt benoemd door ‘redactie Joop’, dan gaat het
vooral om het gebrek aan vrijheid in de communistische gebieden. Hoewel een overweldigend aantal islamitische landen slecht scoort in het rapport van Freedom House,
noemt Joop slechts twee voorbeelden. Iran wordt - in het voetspoor van China, Rusland en Venezuela -
genoemd als een land waar het internetverkeer onder censuur staat. Actieve op het web actieve burgers
werden hier tijdens de ‘Groene Revolutie’ met brute agressie geconfronteerd. Joop noemt verder nog een lijst van veertig grootste vijanden van de persvrijheid, opgesteld door
Journalisten zonder Grenzen. Hierop figureert de Tunesische president Ben Ali, samen met de Russische
premier Poetin en de Chinese president Hu Jintao, de ETA, de maffia, het Israëlische leger en de
Wit-Russische president Loekasjenko. Ik heb het
complete lijstje van ‘predators’ even opgezocht, en daarop staan nog veel meer namen uit het
Midden-Oosten. Onder anderen de Saoedische koning Abdallah, de Iraanse leider ayatollah Ali Khamenei,
president Ahmadinejad, de Libische leider Khadaffi, de Syrische tiran Assad aangevuld met een serie
kleinere potentaten in Jemen, Azerbeidzjan en de Aziatische gebieden van de Sovjet-Unie. Communistische
tirannen als Raul Castro, Robert Mugabe en Kim Jong-Il ontbreken niet op het appèl. Ik ben gek op lijstjes, dus ook op het treurige
lijstje van Freedom House. Naast een totaalranglijst met 196 landen zijn er ook regionale klassementen,
en die zijn soms onthullender dan het onoverzichtelijke geheel. Paradijselijk is de persvrijheid in Finland, IJsland, Noorwegen en Zweden, gevolgd door Denemarken. Vijf
Scandinavische en lutherse landen, die decennia zijn geregeerd door sociaaldemocratische regeringen.
Nederland heeft enkele puntjes ingeleverd, maar staat nog steeds in de voorhoede van de persvrijheid. Freedom House beschouwt 69 landen (10-30 punten) als vrij. Dan volgen er 64 landen met een gedeeltelijke
persvrijheid (31-60 punten). In 63 landen (61 of meer punten) bestaat geen vrije pers. Noord-Korea staat
met 99 punten stevig op de laatste plaats. Dan de regionale klassementen. De Verenigde Staten en Canada kleuren groen, net als Chili en Uruguay en
een groepje landen in het Caribische gebied, waaronder onze Surinaamse vrienden. Het grootste deel van
Latijns-Amerika, met Brazilië en het jetsetvakantieland Argentinië, heeft een problematische persvrijheid.
Geheel niet vrij zijn de heilsstaten Venezuela en Cuba. Het land van Raul Castro en Harry Mulisch zit in de
achterhoede met 93 punten. In de landen in de Stille Oceaan is het vrij goed gesteld met de persvrijheid. Zuid- en Oost-Azië is een
heel ander verhaal. India zakt net voor het examen. Daarnaast hangt er een groepje landen achterin de
middengroep. Ze zijn nog net niet onvrij, maar daar is alles mee gezegd. Daarbij Indonesië, Bangladesh,
Thailand en Nepal. Bij de onvrije staten nog enkele moslimlanden (Maleisië, Pakistan, Afghanistan), plus de
gebruikelijke communistische verdachten: China, Birma, Vietnam, Laos en natuurlijk Noord-Korea. De situatie in Oost-Europa en de voormalige Sovjet-Unie valt tegen. Estland en Tsjechië gedragen zich
voorbeeldig, maar de EU-landen Bulgarije en Roemenië zitten in de dubieuze middengroep met Servië, Kroatië,
Bosnië, Oekraïne en Georgië. In Rusland is het droevig gesteld, maar altijd nog beter dan in
buitengebieden als Oezbekistan en Toerkmenistan. In Afrika onder de Sahara is Mali een van de weinige moslimlanden met persvrijheid. Zuid-Afrika is
afgezakt naar de landen met gedeeltelijke persvrijheid (33 punten), waar ook het jetsetvakantieland
Mozambique (42 punten) zit. Daarachter volgt een lange lijst van dictaturen. West-Europa is ‘the land of the free’. In 23 van de 25 landen heerst persvrijheid. Het lijstje wordt
alleen bedorven door Italië alias Berlusconistan (33 punten). Ver achteraan bungelt Turkije (51) punten,
dat door Freedom House bij West-Europa wordt ingedeeld, maar gezien de stand van zaken rond de
mediavrijheid daar beslist niet thuishoort. Het opvallendste lijstje bewaar ik voor het laatst: Midden-Oosten en Noord-Afrika. Slechts één van de 19
landen kent persvrijheid volgens Freedom House. De groene raaf in een blauwe zee van onvrijheid is Israël
met 29 punten. Dat is trouwens maar net met de hakken over de sloot. Als het land niet oppast, zakt het af
naar de tweede divisie. Slechts drie landen halen met moeite de groep van landen met beperkte persvrijheid. Koeweit en Libanon
(55 punten) en Egypte (60 punten). De rest kent geen persvrijheid. Ook niet Qatar dat prat gaat op de
nieuwszender Al-Jazeera en ook niet Jordanië met zijn bevriende en zogenaamd verlichte koningshuis.
De bezette gebieden onder Hamas en de Palestijnse Autoriteit scoren zeer slecht (84 punten) en worden qua
onvrijheid alleen overtroffen door Tunesië, Iran en Libië. Dat Israël zo gunstig afsteekt bij haar buurlanden leest u dus niet bij Joop. Wel weer dat er
wereldwijd meer bloggers en internetjournalisten gevangen zitten dan journalisten van de gevestigde media.
Bent u daar nog Guikje
Roethof? Geplaatst op 3 mei 2010