Met aanvulling: Opmerkelijk stemadvies van Ahmed Marcouch
Onbezoldigde propagandisten voor Geert Wilders
Door Carel Brendel
Hayrettin Ünüvar en Ingrid Rep. Het nieuws rond deze twee mensen laat zien hoe weinig Nederland heeft geleerd sinds de moord op Pim Fortuyn. In mei 2002 haalde de Lijst Pim Fortuyn (LPF) uit het niets 26 zetels, kort nadat de met Hitler, Mussolini en Haider geassocieerde leider was vermoord door een extremistische dierenactivist.
Weldenkend Nederland was aanvankelijk in paniek, maar haalde een jaar later opgelucht adem toen de erfgenamen van Pim elkaar de tent uitvochten en hun eigen beweging ten gronde richtten. Het fatale gevolg van het LPF-debacle was dat de bestrijders van deze partij stopten met nadenken over de oorzaken van het maatschappelijke ongenoegen.
Acht jaar na Fortuyn stijgt de met Hitler, Mussolini en Haider geassocieerde PVV-aanvoerder Geert Wilders van 9 naar 24 Kamerzetels. Weer zijn de paniek en verwarring groot. En weer hopen de ontkenners en wegpraters dat de PVV snel ten onder gaat aan interne twisten, waardoor er over de onderliggende oorzaken niet verder hoeft te worden gediscussieerd. De symbolen van de verwarring zijn Hayrettin en Ingrid.
Allereerst Hayrettin Ünüvar, PvdA-raadslid en tevens voorzitter van de Turkse moskeevereniging in Venray in het hart van de Noord-Limburgse Wilders Belt. Afgaande op zijn c.v. is Ünüvar een hardwerkende en sociaal voelende migrant. Op zijn zestiende kwam hij vanuit Turkije naar Nederland. Hij volgde diverse technische cursussen en opleidingen en werkt nu op een plaatbewerkingsbedrijf in Venray. Daarnaast doet hij veel vrijwilligerswerk binnen de Turkse gemeenschap.
“Na mijn aankomst in Nederland heb ik een lange inburgeringcursus gevolgd”, schrijft hij op de lokale PvdA-website. Helaas duurde deze cursus wel lang, maar ontbraken enkele essentiële elementen voor de inburgering. Niemand heeft Ünüvar kennelijk uitgelegd dat er in Nederland een scheiding bestaat tussen kerk en staat. Daarnaast heeft de Nieuwe Limburger een verkeerd idee meegekregen van de multiculturele samenleving.
De dag nadat Wilders de kaart van Limburg lichtblauw liet kleuren, kwam Ünüvar in het nieuws door een spraakmakende interventie in de raadscommissie Maatschappelijke Diensten. Het PvdA-lid verklaarde daar dat de moslims zich storen aan een varken, dat deel uitmaakt van een kunstwerk op een rotonde in Venray. Bij het plaatsen van kunstwerken moet de gemeente, aldus Ünüvar, voortaan rekening houden met de multiculturele samenleving. In feite gaf het raadslid hier een aanzet voor de monoculturele samenleving, waarin alles wat aanstootgevend is voor orthodoxe moslims uit het straatbeeld moet worden verwijderd.
Dat orthodoxe gelovigen als Unüvar zo denken, moeten zij zelf weten. De juiste reactie is dat moslims in hun moskee mogen vinden dat varkens onrein zijn, maar dat daarbuiten andere regels gelden. In Nederland krijgen ze dit niet te horen, niet op de inburgeringcursus en ook niet bij de commissie, die toetst in hoeverre PvdA-kandidaten de beginselen onderschrijven van een seculiere sociaaldemocratische partij. Bovendien staan er altijd genoeg zelfislamiseerders klaar om aan het ‘islamgedram’ tegemoet te komen, want de zielige moslims van Venray mogen niet worden gekwetst door een kunstzinnig varken.
Ik vermoed dat Ingrid Rep in haar leven minder hard heeft hoeven sappelen dan plaatwerker Hayrettin Ünüvar. Ingrid is volgens een bericht in de Telegraaf directeur van het Centrum Beeldende Kunst Gelderland, dat slachtoffer is van de overigens niet door Geert Wilders doorgevoerde bezuinigingen. Op haar inmiddels opgeschoonde LinkedIn-pagina, schreef ze dat ze liever geen zaken doet met kunstenaars, die op de PVV hebben gestemd. Rep is lid van een beweging van ambtenaren, die niet willen meewerken aan de uitvoering van eventuele door de PVV genomen besluiten.
De naoorlogse verzetshelden beroepen zich op de Bezettingstijd. Rep roept met de PVV sympathiserende kunstenaars op alle contacten met haar te verbreken. Volgens haar is het tijd om stelling te nemen tegen een partij die hele bevolkingsgroepen uitsluit. Merkwaardig trouwens dat de strijders tegen de veronderstelde uitsluiting zelf altijd het eerste naar het wapen van uitsluiting grijpen. Zo moest een van de kandidaat-Kamerleden van de PVV vertrekken als vrijwilliger van Humanitas, kreeg kandidate Lilian Helder haar congé bij een advocatenkantoor, terwijl er ook berichten zijn dat het ontslag van docent Duits Alexander Kops te maken heeft met zijn aanwezigheid op de PVV-lijst.
De PVV-bestrijders beroepen zich vaak op de overeenkomsten tussen deze partij en de NSB of de NSDAP. Immers, de PVV heeft een leidersfiguur, heeft problemen met één bevolkingsgroep, en is democratisch gekozen. Met dezelfde redenering kun je de PvdA wegzetten als fascistisch. Deze partij heeft immers een leidersfiguur in de persoon van Job Cohen, die openlijk zijn afkeer tegen de autochtone middenklasse heeft beleden, en eveneens via democratische verkiezingen bijna aan de macht kwam. Bij alle vergelijkingen lees ik nooit dat Hitler zijn politieke carrière is begonnen met een staatsgreep, ook daarna de afschaffing van de democratie nastreefde, en zijn voornaamste electorale winsten boekte met behulp van knokploegen, straatbendes en milities, waarmee hij later het politieapparaat en de geheime diensten kon overnemen. Bij Wilders valt van deze wezenlijke kenmerken van het nationaal-socialisme niets te bespeuren.
Het vergelijken van Wilders met Hitler is onderdeel van de hysterie rond de PVV. Al vele jaren wordt het volk (en in het bijzonder de moslims) bang gemaakt voor een partij, waarvan de leider niet lang zou leven als zijn beveiliging zou stoppen. Geen wonder dus dat er na elke boude uitspraak van Wilders of na elke verkiezingszege van de PVV berichten opduiken over moslims, die in diepe angst verkeren over de aangekondigde of veronderstelde plannen van Wilders. Zelf ben ik geneigd dergelijke berichten van het NOS Journaal met een korreltje zout te nemen. Andere bevolkingsgroepen hebben meer reden om bang te zijn. In grote delen van Amsterdam durven als zodanig herkenbare joden niet meer over straat uit angst voor de ’angstige’ moslimjongeren.
Een normalisering van het debat is hard nodig. Stap één is het stoppen met alle onterechte vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog. Stap twee is het stoppen met het zaaien van angst en paniek. Trouwe volgens van de VARA-media weten dat we faire en onpartijdige berichtgeving en een zindelijk debat voorlopig kunnen vergeten.
Aan de normalisering kan Wilders zelf ook bijdragen. Om niet bij voorbaat te worden afgeserveerd door zijn coalitiepartners heeft hij per direct de AOW-leeftijd als breekpunt laten vallen. Wilders zou er goed aan doen om even snel en resoluut afstand te doen van kopvoddentaks, koranverbod en knieschot - drie onderwerpen die zwaar hebben bijgedragen aan de opgefokte sfeer rond zijn partij, maar niets bijdragen aan wat er werkelijk op het spel staat: de scheiding van kerk en staat, de gelijkheid van man en vrouw, en het behoud van onze vrije westerse seculiere samenleving.
De verdediging van deze waarden is niet gebaat bij holle retoriek, maar bij concrete en verdedigbare maatregelen. Religie moet een privé-zaak worden of blijven. Ze hoort thuis in de kerk of de moskee. De politiek moet subiet stoppen met zelfislamisering - het toegeven aan en faciliteren van fundamentalisten, die het geloof buiten de moskee willen opdringen aan andere allochtonen, de weg willen plaveien voor de sharia en allerlei eisen stellen in de publieke ruimte, onder meer via het verbieden van kunst en het inperken van de vrijheid van meningsuiting. Waarbij ze en passant de neutraliteit van de overheid en haar dienaren proberen op te heffen.
Zo moeilijk moet het niet zijn om een grens te stellen aan de (zelf)islamisering. Maar dan moeten de politici het wel eens worden over die grens. Dat is na de dood van Fortuyn niet gelukt doordat het islamdebat muurvast zit. Elke vorm van kritiek op de politieke islam wordt afgedaan als islamofobie door de leiders van het naoorlogse verzet.
Ook Wilders kan dus bijdragen aan de normalisering van het debat. Dat geldt zeker ook voor het fanatieke deel van zijn aanhang. Natuurlijk is het irritant als figuren als Herman van Veen en Peter R. de Vries de PVV met de NSB vergelijken. Maar dat rechtvaardigt nooit de dreigmails, die critici van de partij steevast ontvangen, en voor anderen weer een rechtvaardiging vormen om Wilders te vergelijken met een Duits politicus uit de jaren 1933-1945.
Ik vrees dat Ünüvar en Rep inmiddels ook de nodige bagger over zich heen hebben gekregen. Het is ongepast, maar ook onverdiend. Hayrettin en Ingrid, producten van een ontspoord multiculturalisme, fungeren zonder dat ze het zelf vermoeden als de onbezoldigde propagandisten voor Geert Wilders.
Aanvulling: Opmerkelijk stemadvies van het kersverse PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch. Uitgedaagd door partijgenoot Marcel Duyvestijn reageerde hij als volgt op de actie van het raadslid Hayrettin Ünüvar: "met dit soort types zou je bijna pvv gaan stemmen! word er echt kwaad om".
Nog een bestrijder van Wilders die er alleen maar voor zorgt dat de PVV meer aanhang krijgt is Tony van der Meulen, voormalig hoofdredacteur van het Brabants Dagblad. Van der Meulen is boos om het selectieve mediabeleid van Wilders. In zijn boosheid gaf hij ook een stoot onder de gordel aan Martin Sommer, schrijver van een voortreffelijke analyse over de jongste verkiezingsuitslag. Genuanceerde artikelen over Wilders vallen verkeerd bij Van der Meulen. Het hoofd van de Congregratie voor de Journalistieke Geloofsleer noemt zoiets 'idolate bewondering'.
Geplaatst op 13 juni 2010
Aanvulling op 14 juni 2010
Homepage:
www.hetverraadvanlinks.nl