Team Rutte onderschatte de thema’s van
Wilders Door Carel Brendel Een nek-aan-nekrace werd ons beloofd en een nek-aan-nekrace kregen we. Tijdens een ongekend spannende
verkiezingsnacht durfde Mark Rutte pas rond half vier de overwinning voor de VVD te claimen. Het was de ontknoping van een bizar gevecht waarin eerst de PvdA aan het langste eind leek te trekken.
Amsterdam kwam als eerste grote stad met de uitslag. Daar boekte Job Cohen een forse winst met als gevolg
dat de sociaaldemocraten uren lang aan kop gingen in de tussenstanden. In de late uurtjes druppelden de
uitslagen binnen van het platteland van Brabant en Holland, dat blauw kleurde door de ‘swing’ van CDA naar
VVD. De NOS presenteerde vooral uitslagen uit de grote steden, waar de PvdA sterker uit de bus kwam dan de
VVD. Aan het einde van de lange nacht stelden de programmamakers bijna teleurgesteld vast dat de
verkiezingen niet daar waren beslist, maar in gemeenten als Deurne en Nederwetten. Iedereen telt mee bij de
PvdA, maar inwoners van de Randstad tellen ietsje meer mee, en dat heeft de partij moeten bezuren in de
buitengewesten van Nederland. De grote verliezer was het CDA. De onderhandse aanwijzing tot lijsttrekker van Jan Peter Balkenende
bleek een misgreep van de eerste orde. In het voorheen katholieke zuiden en in de grote steden werd het CDA
gehalveerd. De demissionaire premier trekt terecht de consequenties uit deze nederlaag. Tot de verliezers horen ook de drie grote opiniepeilers, Synovate, TNS Nipo en Maurice de Hond.
Collectief hebben ze de aanhang van Geert Wilders onderschat. Net als in 2006 haalde de PVV zes zetels meer
dan was voorzien in de laatste peilingen. Rutte mag dan de winnaar zijn in absolute zin, als het gaat om zetelwinst maakte Wilders (+15) de
grootste klapper. Te vroeg hebben media en politiek geconcludeerd dat de PVV over zijn hoogtepunt heen was
en dat de door Wilders op de agenda gezette onderwerpen (islam, immigratie en integratie) er niet meer toe
deden in deze verkiezingscampagne. Illustratief daarvoor was het economische Carrédebat, waarin Wilders de kosten van de immigratie wilde
aansnijden. RTL-gespreksleider Rick Nieman verklaarde dit thema buiten de orde. Op de achtergrond
zag televisiekijkend Nederland hoe GroenLinks-leidster Femke Halsema Wilders hautain uitlachte. Voor mij is
dit achteraf gezien het moment dat de campagne een voor Wilders gunstige wending nam. Het was hoe dan ook een bizarre verkiezingsstrijd. Het begon al met de val van het kabinet over Uruzgan,
een onderwerp waarover we vrijwel niets meer hebben gehoord in de afgelopen maanden. Hoewel de PvdA de
crisis forceerde, steeg ze direct in de peilingen, ook toen Wouter Bos nog als politiek leider
fungeerde. Vervolgens kwam de al lang voorbereide wissel Bos-Cohen. De burgemeester van Amsterdam werd als de grote
verlosser binnengehaald en zorgde voor een verbluffend herstel voor zijn partij. Binnen de kortste keren
stond de PvdA bovenaan in de peilingen. In die eerste fase, waarin de media bijna geen kritisch woord over
Cohen lieten horen, stagneerde zijn partij niettemin op 33 zetels. Anders dan verwacht werd de campagne ook
geen tweegevecht tussen Cohen en Wilders, maar tussen Cohen en Rutte. Cohen was niet meer de ’bindende
staatsman’ die een einde maakte aan de ’nare sfeer’ in het land, maar veranderde in een ’hakkelende
amateur’, die nauwelijks wist hoeveel een casino wit kostte, laat staan enig benul had van de economie. Een tweede fase brak aan waarbij de tot dan vrijwel onzichtbare Mark Rutte de VVD op sleeptouw nam. De
liberalen profiteerden optimaal van de algemene onvrede over Balkenende, en profileerden zichzelf als de
partij die de economie en de begroting op orde zou brengen. De VVD nam een beslissende afstand van het
CDA. Rutte leek des te kansrijker doordat Wilders door eigen toedoen in de problemen was geraakt. Hij had de
twijfelaars weggejaagd met de denigrerende kopvoddentaks. Bovendien manoeuvreerden zijn partijgenoten niet
zo handig na de raadsverkiezingen in Almere en Den Haag. Tevreden stelde Weldenkend Nederland vast dat
niemand het meer had over de islam en dat de PVV op zijn retour was. Cohen en Rutte hebben allebei te vroeg gepiekt. De nek-aan-nekrace van afgelopen nacht was niet het
gevolg van een eindsprint van de PvdA. De partij heeft drie zetels verloren en haalde het op een na
slechtste resultaat uit de geschiedenis. Dat het bijna nog een overwinningsnederlaag werd, ligt vooral aan
de matige finish van Rutte en de sterke eindsprint van Wilders. In zijn streven om kiezers in het midden te winnen, heeft Rutte zijn flanken onvoldoende afgedekt. In
feite maakte hij dezelfde fout als in 2006, toen de Kamerverkiezingen desastreus verliepen voor de VVD. Dit
keer hadden de liberalen hun zaakjes beter voorbereid. Ze namen een strenge immigratieparagraaf in hun
programma op. Minder uitgesproken was de partij over de islam, hoewel woordvoerder Paul de Krom op gezette
tijden stelling nam tegen gescheiden loketten en andere concessies aan het moslimfundamentalisme. Gevoed
door het idee dat Wilders was verslagen, besloten de campagnestrategen van de VVD echter om niet meer te
hameren op deze thema’s en alles te gooien op economische onderwerpen als de hypotheekrenteaftrek. Ook in het linkse kamp kreeg de economie opeens de prioriteit. Alle aanvallen richtten zich nu op de
‘snoeiharde’ en ‘asociale’ plannen van Rutte met als dieptepunten de huilende bijstandsmoeder bij Eén
Vandaag en de koopkrachthoax van de Volkskrant. Door deze aanvallen verzwakte het overwicht van
de VVD, maar de zwevende kiezers keerden niet terug naar het linkse kamp, maar liepen over naar de PVV. Wilders presenteerde zich in de slotdagen als de hardliner op het gebied van islam en integratie met
sociaal gevoel bij onderwerpen als de AOW en de zorg. Daarmee kaapte hij zwevende kiezers weg afkomstig van
SP, PvdA en CDA. Voor de zoveelste keer is gebleken dat het bashen en demoniseren van Wilders niet helpt,
zolang de gevestigde politiek in gebreke blijft bij de onderwerpen van Wilders. Opvallend was dat de PVV in
de slotweken niet verder wegzakte in de peilingen en zelfs een beetje opkrabbelde. Terwijl de media nog
uitgingen van een afgang voor Wilders, voorspelden bloggers en twitteraars een zetelaantal flink boven de
20. Wat nu? Deze verkiezingsuitslag is een stevige ruk naar rechts. Voor het eerst is de VVD de grootste
partij. Onder Frits Bolkestein haalden de liberalen al eens 38 zetels, maar toen hadden ze geen PVV met 25
zetels op hun rechterflank. Een kabinet van VVD, PVV en CDA lijkt daarom de eerste optie. Het is alleen de
vraag of het zwaar aangeslagen CDA hieraan mee wil doen. De partij zal, denk ik, de voorkeur geven aan
'herbronnen', waarbij het onvermijdelijk is dat de katholieken de partij terugveroveren op de
VU-professoren. Dat brengt ons bij de tweede optie, Paars Plus. De VVD kan regeren samen met PvdA, D66 en het
pluchebeluste GroenLinks (dat ondanks de grote mond van Halsema weer eens op 10 zetels bleef hangen). Het
is een riskante onderneming voor Rutte. Hij kan alle goodwill verspelen als er een vaag kabinet komt, dat
de al tientallen jaren woedende veenbrand rond immigratie, integratie en islam negeert. Ik vrees echter dat het toch Paars Plus wordt. Bij de formatie moet namelijk de rol van de Majesteit
niet worden uitgevlakt. Ons multiculti-koningshuis gruwt van een PVV in de regering, en steunt sinds het
aantreden van Beatrix volledig op de PvdA. Eigenlijk is het te gek dat een niet gekozen, maar door erfopvolging benoemd staatshoofd invloed op de
kabinetsformatie uitoefent. Maar het is niet anders. Naast premier Rutte krijgen we vice-premier Cohen. Het
is nog onduidelijk wanneer Beatrix wordt opgevolgd door Willem-Alexander, maar de uitnodigingskaartjes aan
de heer Zorreguieta voor de inhuldiging kunnen alvast worden gedrukt. Geplaatst op 10 juni 2010 Homepage: