Wees mondig, niet zielig!
Stichting Aknarij organiseerde gisteren (24 april) in Amsterdam een
debat over vrijheid van meningsuiting, democratie en een open samenleving. De
locatie was expres gekozen buiten de grachtengordel, in een zaaltje in de
Amsterdamse wijk Bos en Lommer. Socioloog Dick Pels en
ik waren uitgenodigd om een inleiding te houden. Mijn bijdrage was als volgt:
Door Carel Brendel
Vrijheid van meningsuiting. Eigenlijk is het te gek voor woorden dat we hierover een debat houden. In een vrij land als Nederland zou de vrijheid van meningsuiting vanzelfsprekend moeten zijn. Helaas, de vrijheid om te zeggen wat je denkt, om kritiek te leveren, om satire te bedrijven, dat alles staat onder druk.
We denken dan allereerst aan de moord op Theo van Gogh, of de bedreigingen aan het adres van Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders. Niet alleen critici van de islam worden bedreigd. Ahmed Aboutaleb wordt bedreigd omdat zijn toespraak na de moord op Theo van Gogh niet in de smaak is gevallen bij sommigen in ‘de Marokkaanse gemeenschap’. Toen bekend werd dat de rechter zich alsnog moet uitspreken over de klachten tegen Wilders, regende het haatmails en dreigtelefoontjes bij de advocaten Gerard Spong en Els Lucas, en bij voorzitter René Danen van Nederland Bekent Kleur. In allerlei hoeken van de samenleving zitten mensen met korte lontjes. Dat maakt alles er niet prettiger op.
Vrijheid van meningsuiting is dus niet vanzelfsprekend. Dat was het vroeger ook niet. Om dat toe te lichten zal ik heel snel door onze geschiedenis gaan. Vijfhonderd jaar geleden had het gewone volk niets te zeggen. Koningen, hertogen en graven bepaalden wat er wel of niet mocht worden gezegd, samen met de paus en de bisschoppen van de katholieke kerk.
De uitvinding van de boekdrukkunst - nog belangrijker dan de
komst van inter
De eerste protestanten werden zwaar vervolgd, als afvalligen op de brandstapel gezet. Maar het lukte niet om het geluid van kritische denkers te onderdrukken.
Ik heb ruim tien minuten, dus ik sla maar 300 jaar over. Ruim honderd jaar geleden was hier de industriële revolutie. Arme mensen van het platteland trokken naar de steden. Deze ‘migranten’ leefden in afschuwelijke omstandigheden in krotten en werkten voor een hongerloon. Sommigen waren het hier niet mee eens. Ze gingen zich organiseren in partijen, vakbonden, actiegroepen. Zonder subsidie, helemaal op eigen kracht, werkten ze aan een betere toekomst voor zichzelf en hun kinderen.
In die strijd voor een beter leven was de kerk vaak de tegenstander. Dominee en pastoor zeiden dat ze moesten berusten in hun lot. Het was de wil van God dat er arme en rijke mensen waren. De eerste socialisten gingen daar flink tegen in. Ik lees voor uit een toespraak van W.H. Vliegen op een congres in 1887. Hij was een ex-katholiek uit Maastricht, de tweede man in de SDAP, de voorloper van de Partij van de Arbeid. “De kerk is de dienares van het kapitalisme, weg met de kerk.” Een andere socialist van Joodse afkomst, Bram Reens, noemde de opperrabbijn van Amsterdam ‘een misdadiger van de ergste soort’. “Weg met dominees, pastoors en rabbijnen”, schreef hij.
Natuurlijk vond niet iedereen dit leuk. Maar de liberalen en socialisten van die tijd vonden dat deze uitspraken hoorden bij de vrijheid van meningsuiting. Niemand beweerde dat Vliegen haat zaaide tegen katholieken, of zijn eigen nest bevuilde. Niemand zei dat Joden zich niet veilig voelden omdat de afvallige Bram Reens werd toegejuicht door de socialisten. De polarisatie hielp mee om deze wantoestanden een einde te maken. Dankzij de harde kritiek werden de geesten rijp voor veranderingen en verbetering.
We gaan nog eens 70 jaar verder, naar de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw. Als kind heb ik nog meegemaakt, dat de kerken in Nederland heel veel te vertellen hadden. Wij waren thuis ongelovig. We werden met de nek aangekeken door de katholieken en protestanten in mijn dorp. De katholieke kerk had een lijst van verboden boeken. Daar stonden de werken op van Voltaire en Darwin, van Karl Marx en Erasmus. Boeken van Hermans, Reve en Wolkers kwamen niet binnen op sommige katholieke of protestantse scholen.
De kerken wilden ook niet dat gelovigen met ongelovigen trouwden. Zelfs huwelijken tussen katholieken en protestanten werden ongewenst verklaard. De katholieken hadden aparte scholen voor jongens en meisjes. Nog in 1954 verbood de katholieke kerk de gelovigen om te luisteren naar radioprogramma’s van de VARA. Stel je eens voor dat aartsbisschop Eyk nu nog zou roepen dat katholieken niet mogen kijken naar Paul de Leeuw of Jörgen Raymann.
De gelovigen voelden zich gekwetst en beledigd door spotprenten of satirische tv-programma’s. Maar dankzij de spot kwam toch een debat op gang. Vrouwen en mannen kregen eindelijk gelijke rechten. Homo’s werden als volwaardige mensen gezien. Voor veel mensen was het een opluchting dat de kerk niet meer zo veel te zeggen had. Dat ze niet meer vertelden wat je mocht lezen of zien. Dat ze niet meer konden uitmaken met wie je trouwde. Dat ze niet meer vertelden wat je mocht eten of drinken. Dat ze niet meer vertelden dat je op zondag niet mocht voetballen of zwemmen.
Misschien dat jonge Turkse en Marokkaanse Nederlanders zich hierin herkennen. Nu zijn het toch vaak imams die vertellen wat je wel of niet mag doen, met wie je wel of niet mag omgaan, die zeggen wat voor kleren je moet dragen.
Het was in die tijd heel erg links om tegen de kerk te zijn. Maar in de afgelopen dertig jaar is er wat raars gebeurd. Nog steeds is het heel erg links om tegen de paus te zijn, als hij condooms verbiedt, om te spotten met de Evangelische Omroep, of kritiek te leveren op de reformatorische gebruiken in Urk en Staphorst. Maar als je ernstige bezwaren hebt tegen Tariq Ramadan, of spot met de islam, of kritiek levert op de orthodoxe salafisten, dan ben je opeens extreem-rechts, racistisch of islamofoob.
Wat is dat voor raars? Zijn de 850.000 mensen uit moslimlanden in Nederland zielige mensen, die nergens tegen kunnen? Wie zegt eigenlijk dat ze allereerst moslim zijn? Wie weet hebben sommigen heel weinig met de islam? Waarom worden ze dan vooral als moslim aangesproken? Moeten ze speciaal worden beschermd, als kasplantjes in een natuurreservaat?
Ik vind van niet. Moslims zijn niet zielig. Ze zijn volwassen burgers. Mondig betekent dat je je mond open doet als dat nodig is. Nou, ik denk dat er inmiddels heel veel mondige moslims zijn. Denk aan Ahmed Marcouch, Ahmed Aboutaleb, Najib Amhali, Fatima Elatik, Mohamed Rabbae, Asis Aynan, Abdelkaber Benali, Kader Abdolah.
Ze hebben columns, komen langs in talkshows, zitten in gemeenteraden, zijn burgemeester, staatssecretaris. Maar mondig betekent ook dat je kunt incasseren. Dat je niet altijd de schuld aan anderen geeft. Dat je niet alle kritiek afdoet als racisme en islamofobie. Mondig zijn betekent ook dat je niet altijd je zin krijgt. Dat je ook de gevolgen draagt voor opvattingen, waar andere mensen het niet mee eens zijn.
De afgelopen weken werd vaak gezegd dat moslims geen vrijheid van meningsuiting hebben in Nederland. Als voorbeeld werden genoemd legerimam Ali Eddaoudi en gemeentelijk adviseur Tariq Ramadan. Dat vind ik dus echt onzinvoorbeelden. Eddaoudi vergeleek onze soldaten in Afghanistan met kruisvaarders. Dat mocht hij zeggen. Maar zeur dan niet als sommigen je dan niet geschikt vinden voor het leger. Ramadan heeft ooit gezegd dat er tijdelijk niet hoeft te worden gestenigd. Hij vindt dat vrouwen, als ze op straat lopen, deemoedig naar de grond moeten kijken. Dat mag hij allemaal zeggen en vinden in Nederland. Maar zeur dan niet over een hetze als anderen je geen goede bruggenbouwer vinden.
De vrijheid van meningsuiting gaat ver maar er zijn grenzen. Kritiek op godsdienst mag en is noodzakelijk. Oproepen tot geweld mag niet. Zelf vind ik bijvoorbeeld dat Geert Wilders mag zeggen wat hij wil. Hij zegt misschien vervelende dingen, waar je het mee oneens bent, maar hij roept niet op tot geweld. Je kunt proberen hem de mond snoeren door naar de rechter te stappen. Het is nuttiger om duidelijk te zeggen wat er niet deugt aan zijn plannen.
Zelf vind ik dat hij te veel generaliseert, dat het onzin is om de koran te verbieden of de bouw van moskeeën tegen te gaan. De beste manier om Wilders te bestrijden is een open en eerlijk debat zonder rare vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog. De groepen, die Wilders voor de rechter slepen, bereiken juist het omgekeerde. Dankzij mr. Spong en de Britse regering, die Wilders niet binnen liet, is de PVV nu de grootste partij in de peilingen.
Een vraag is: bestaat er een recht om te kwetsen? Ik vind dat een rare vraag. Als ik het niet eens ben met mijn buurman, dan ga ik natuurlijk niet schreeuwen of hem uitschelden. Maar je kunt niet vooraf richtlijnen opstellen voor cartoonisten, cabaretiers of columnisten. Zij zoeken juist de grenzen op in het publieke debat. En je hoeft ze niet te zien of te horen. Je kunt de tv afzetten als je een hekel hebt aan Dolf Jansen of Hans Jansen, je hoeft niet naar de website van Gregorius Nekschot, je kunt doorbladeren als je een column ziet van Marcel van Dam of Nausicaa Marbe. Dat lijkt me handiger dan klachten indienen of dreigen met geweld.
Wel bestaat er geen recht om niet gekwetst te worden. Sommige gelovigen zijn namelijk al heel snel gekwetst. Orthodoxe christenen geloven dat de bijbel het woord van God is. Ze voelen zich misschien al beledigd als iemand zegt dat Jezus onmogelijk op water kon lopen of uit de dood herrijzen. Orthodoxe moslims nemen de koran letterlijk. Ze vinden het beledigend als er een afbeelding van Mohammed wordt gemaakt. Ze zijn misschien gekwetst als ik zou zeggen dat aartsengel Gabriel onmogelijk kan hebben bestaan. Sommige moslims in verre landen zijn gekwetst en worden zelfs gewelddadig als Geert Wilders beweert dat moslims gewelddadig zijn.
Met dat soort gekwetste gevoelens kan een vrije democratische samenleving geen rekening houden. Zonder de vrijheid van meningsuiting, zonder het recht om kritiek te leveren op de godsdienst - of het nu de islam is, of het christendom, of het jodendom of het boeddhisme - zouden we nu nog in de duistere Middeleeuwen leven, en niet in het vrije Amsterdam.
Carel Brendel is auteur van Het verraad van links (Uitg. Aspekt)
Abdellah Tallal, voorzitter van stichting Aknarij, schreef de volgende column naar aanleiding van de debatavond in Bos en Lommer.
Homepage: www.hetverraadvanlinks.nl