Zie ook de aanvulling onderaan

 

Komt nu de echte opstand der gematigden?

 

Het aantal moslims stijgt naar 1,6 miljoen in 2030, maar dat hoeft geen reden te zijn voor alarmisme. Alarmerender is het gebrek aan werkelijk gematigde moslims. Dat fenomeen zal zeldzaam blijven, zolang de politieke en intellectuele elite ‘gematigden’ als Tariq Ramadan omarmt en zolang vrijgevochten moslims voortdurend over hun schouder moeten kijken.

 

Door Carel Brendel

 

Het moment nadert dat autochtonen in Rotterdam in de minderheid zullen zijn. Het plaatselijke Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) voorspelde onlangs dat in 2012 er meer allochtonen (westerse en niet-westerse bij elkaar opgeteld) dan autochtonen in de Maasstad zullen wonen. Deze prognose leidde tot verwarrende berichtgeving in diverse media. De PVV’ers Geert Wilders en Sietse Fritsma stelden Kamervragen.

 

Het nieuws van een naderende allochtone meerderheid in Rotterdam voedt bestaande angstbeelden over een vijandelijke overname van Nederland door immigrerende en zich razendsnel voortplantende moslims. Wilders schetste dit schrikbeeld al in de film Fitna. Op de website Het Vrije Volk zijn regelmatig stukjes te vinden als Islamitische demografie (schokkend!!!), met drie uitroeptekens en geïllustreerd met biddende moslims met de Kalasjnikov binnen handbereik. Tegenover dit alarmisme staan de geruststellende bezweringen van naïevelingen als Geert Mak en Doekle Terpstra. Als we maar niet zo lelijk doen tegen moslims en migranten komt alles vanzelf op zijn pootjes terecht.

 

Volgens het COS is de recente stijging van het aantal allochtonen in Rotterdam overigens te danken aan de instroom van Polen, Roemenen en Chinezen. Niet bepaald het type immigrant om een ‘tsunami van islamisering’ te ontketenen.

 

Opvallend in de discussie is de enorme begripsverwarring rond het begrip ‘allochtoon’. Het woord werd populair als politiek correcte term voor ‘buitenlander’. Dat laatste klonk zo lelijk. Nu is het woord allochtoon aan vervanging toe, omdat het zo lelijk klinkt. In de praktijk wordt allochtoon namelijk gelijkgesteld met ‘moslim’. Zo hoor je wel eens zeggen dat Surinamers ‘geen echte allochtonen’ zijn. Opvallend is dat veel pleidooien voor de afschaffing van het ‘stigmatiserende’ begrip allochtoon uit Surinaamse hoek komen.

 

Eigenlijk is ‘allochtoon’ een statistisch begrip. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hanteert de volgende definitie: “Persoon die in Nederland woonachtig is en van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren. Wie zelf in het buitenland is geboren, hoort tot de eerste generatie, wie in Nederland is geboren, hoort tot de tweede generatie.”

 

Zo’n beetje het complete koningshuis is allochtoon. Indische Nederlanders (384.000) en Duitsers (379.000) vormen de grootste herkomstgroepering, nog voor de Turken (378.000), Marokkanen (341.000) en Surinamers (338.000).

 

Ter wille van de beleidsmakers maakt het CBS onderscheid tussen westerse en niet-westerse allochtonen. De kloof is willekeurig. Japanners en Indonesiërs (lees: Indische Nederlanders) worden als westers beschouwd vanwege hun sociaal-economische en sociaal-culturele positie. De Argentijnse prinses Máxima daarentegen is niet-westers, hoewel haar integratie waarschijnlijk een stuk vlotter verloopt dan die van de westerse, uit Joegoslavië stammende Roma-families in Nieuwegein. Islamcritici als Sylvain Ephimenco en Afshin Ellian zijn niet-westers volgens de statistiek. Er is geen ontkomen aan. Eens een allochtoon, altijd een allochtoon. De statistieken zeggen niets over de mate, waarop de betrokkenen zich thuis voelen, zich aanpassen of een voorspoedige toekomst opbouwen in Nederland.

 

Multiculturalisten als Geert Mak verwijzen graag naar de Gouden Eeuw om de demografische angsten te bezweren. Nederland is altijd een immigratieland geweest. In onze gloriedagen zou de tolerante Republiek der Verenigde Nederlanden probleemloos zijn omgegaan met stromen migranten uit Vlaanderen, Duitsland, Scandinavië, met Franse Hugenoten en met Joden uit Portugal en Polen.

 

Als het alleen om cijfers en statistieken gaat, hebben de Makkianen gelijk. Enkele voorbeelden zijn te vinden in het virtuele Museum voor Immigratie & Diversiteit. Zo bestond de helft van de bevolking van Middelburg in 1622 uit immigranten. In Leiden vormden de allochtonen, zoals ze toen nog niet werden genoemd, zelfs tweederde van de stadsbevolking. In Amsterdam was omstreeks 1650 vijftig procent van de inwoners buiten Nederland geboren, eerste generatie allochtoon dus. Schattingen over de tweede generatie zijn er niet, maar de ‘echte autochtonen’ met twee Nederlandse ouders moeten een kleine minderheid zijn geweest.

 

Niemand bestempelde deze aantallen als schokkend met drie uitroeptekens. De ‘nieuwe Nederlanders’ kwamen namelijk uit omringende landen, waren meestal protestant, en konden zich gemakkelijk aanpassen aan de taal en cultuur. Veel van de immigranten zouden volgens het huidige jargon worden bestempeld als ‘gelukzoekers’: straatarme, laag opgeleide plattelanders. Als ze het geluk niet vonden, trokken ze verder. Er zat weinig anders op.

 

Er waren geen krachten die de aanpassing en integratie van de nieuwkomers verhinderden. Geen dominees die vertelden dat ze zich om religieuze redenen afzijdig moesten houden van de verderfelijke Nederlanders. Geen koning van Denemarken die de Denen in Amsterdam als een Deense provincie beschouwde. Geen bisschop van Münster die de assimilatie van de Westfaalse landarbeiders een misdaad noemde. Geen meldpunt dat de toneelschrijver Bredero voor de rechter sleepte omdat hij in zijn De Spaanse Brabander stigmatiserend sprak over Vlamingen. De Nederlanders konden in de Gouden Eeuw luchthartig doen over de massa-immigratie. Het is misplaatst om deze luchthartigheid over te planten naar de totaal veranderde omstandigheden van nu.

 

Demografische angst is evenmin een nieuw fenomeen. Nederland was altijd een ‘protestantse natie’ met een katholieke minderheid, die in de 19de eeuw van 38 naar 35 procent daalde. De volkstelling van 1899 kwam uit op 60 procent protestanten en 35 procent katholieken. Als gevolg van een hoog geboortecijfer onder katholieken en een enorme geloofsafval onder protestanten veranderden de verhoudingen compleet tijdens de vorige eeuw. Dankzij de grote katholieke gezinnen telde Nederland in 1971 40 procent katholieken, en waren de protestanten met 32 procent in de minderheid gekomen. Dat alles voedde bij sommigen de angst dat de roomsen het land zouden overnemen via het ‘fokken’ van kinderen.

 

Zo ver kwam het bij lange na niet. De uitvinding van de pil, gecombineerd met het Tweede Vaticaanse Concilie, maakten een einde aan dit schrikbeeld. De katholieke kerk werd verzwolgen door een ongekende secularisatiegolf. Alle demografische voorspellingen op religieus gebied konden in de prullenbak. Dat geeft hoop voor de toekomst.

 

Dat brengt ons bij de huidige ‘tsunami van islamisering’, waarover sommigen zich heel erg zorgen maken. Wat zijn de voorspellingen? Ewoud Butter van het Allochtonenweblog houdt in een goed gedocumenteerd overzicht rekening met een stijging van 850.000 nu tot 1,6 miljoen moslims in 2030. Nog geen tien procent van de bevolking. Heel wat anders dan de ronkende voorspelling van de tv-prediker Amr Khaled, die verklaarde dat er binnen 20 jaar een moslimmeerderheid zal ontstaan in Europa. Daar geloven zelfs de doemdenkers van Het Vrije Volk niet in. Encina Navan komt volgens een eigen berekening uit op 2,3 miljoen moslims in 2050. Hij noemt nog een mogelijk scenario met 4 miljoen moslims. Zijn slotconclusie luidt echter: “Duidelijk is dat zelfs in de meest extreme projecties moslims geen 50,1 procent van de bevolking zullen vormen in 2050.”

 

Wat betekent dat in de praktijk? Butter betoogt in zijn overzicht dat niet alle moslims streng gelovig zijn en gebruikt daarvoor de term ‘mino’ - moslim in name only. Deze mino’s zijn seculier. Ze doen weinig of niets aan het geloof. Ze blijven zich moslim noemen om de ouders niet te kwetsen of om niet te worden uitgesloten door hun omgeving. Sommige mino’s zouden de islam niet zo zeer zien als een geloof maar als een culturele identiteit. Het Sociaal en Cultureel Planbureau meldde in 2004 een sterke teruggang in het moskeebezoek onder Turkse en Marokkaanse Nederlanders. Butter ziet echter ook een groeiende toeloop van jongeren bij orthodoxere vormen van de islam.

 

Als de door Butter voorspelde 1,6 miljoen moslims zich allemaal bekeren tot het salafisme en de Moslimbroeders, dan heeft Nederland in 2030 een gigantisch probleem. Als de 1,6 miljoen moslims zich allemaal ontwikkelen tot mino’s zijn niet alle problemen rond immigratie opgelost, maar kunnen we de toekomst wel met meer vertrouwen tegemoet zien. De werkelijkheid zal ergens tussen die twee uitersten liggen. De hamvraag is: gaan orthodoxe gelovigen het beeld van de islam bepalen, en hun regels en leefstijl opleggen aan de andere moslims? Of krijgen gematigde en seculiere moslims meer ruimte en erkenning?

 

Helaas lijkt de politieke en maatschappelijke elite nog altijd geneigd om ruim baan te maken voor de orthodoxe stromingen. Progressieve politici subsidiëren en tolereren de seksuele apartheid, het koranonderwijs op openbare scholen, en geven vaak toe als fundamentalistische moslims de scheiding van kerk en staat willen doorbreken.

 

Daarbij omarmt de politiek graag ‘gematigde moslims’, die helemaal niet gematigd zijn. Naïeve politici hebben de neiging om iedereen als ‘gematigd’ te beschouwen, die geweld en terreur afwijst. Vanuit dat perspectief zijn zelfs de salafisten en Moslimbroeders gematigd. Zij hebben namelijk het geweld afgezworen in Europa. Dankzij die naïviteit slaagt een reactionaire fundamentalist als Tariq Ramadan er in om zichzelf te verkopen als een ‘progressieve vernieuwer’. Deze fundamentalisten laten zich maar al te graag inschakelen in de strijd tegen radicalisering. Ze bestrijden radicale terreur, maar propageren radicaal fundamentalisme.

 

En hoe zit het dan met de gematigdheid van de mino’s? In een reactie op Butters artikel toonde publiciste Bernadette de Wit haar scepsis over deze moslims in naam alleen. “Als het er op aankomt, identificeren ze zich met de oemma (de wereldwijde islamitische gemeenschap, CB) en niet met de dar al-harb (het huis van de oorlog ofwel het Westen, CB) waar ze zo welwillend en hoopvol tegemoet worden getreden… Je kunt er de klok op gelijk zetten: niet zodra er stevige islamkritiek komt of de mino’s vallen uit hun rol. Plotseling zijn ze weer een geboren moslim, van top tot teen, diep gekrenkt als je aan hun profeet of koran komt.”

 

De Wit zegt het altijd wat scherp, maar een feit is dat nogal wat gematigde of progressieve moslims door de mand zijn gevallen. Mohamed Rabbae bijvoorbeeld, jarenlang door de media bejubeld als het prototype van de seculiere vrijgevochten allochtoon. Het GroenLinkse boegbeeld toonde plotseling begrip voor mensen die de boeken van Salman Rushdie wilden verbieden. Hij introduceerde de naam ‘islamracist’ voor mensen die kritiek durven te leveren op de islam. Niet alleen de door Joost Zwagerman aangeklaagde ‘lelieblanke elite’, maar ook een elite van allochtone intellectuelen heeft driftig meegedaan aan het demoniseren van Pim Fortuyn, Rita Verdonk en Geert Wilders. Zij bestreden de ‘populisten’ niet met normale argumenten, maar grepen voortdurend terug op de Tweede Wereldoorlog. Of ze maakten een karikatuur van de islamkritiek van Ayaan Hirsi Ali, die vaak de venijnigste aanvallen kreeg te verduren uit allochtone kring.

 

Het is geen wonder dat de mino in the street zich niet laat horen of zien. Hij heeft allereerst te maken met de intimidatie en de sociale druk van de fundamentalisten. Hij ziet dat de politici regelmatig toegeven aan de eisen van deze neo-radicalen. Hij ziet dat diezelfde politici geen poot uitsteken voor islamcritici uit allochtone kring zoals Ayaan en de afvallige Ehsan Jami. Hij ziet vervolgens dat hij ook al niet kan rekenen op de steun van prominente allochtonen. Ondertussen voeden media en actiegroepen voortdurend het idee, dat moslims op grote schaal worden gediscrimineerd. Daarmee koesteren ze het heersende gevoel van achterstelling en verongelijktheid. Op die manier wordt het dus nooit wat met de secularisatie of met de gematigde islam, waar de progressievelingen hun hoop op vestigen.

 

Tegen de verdrukking in zou er nu eindelijk toch een groep echte gematigden zijn opgestaan, die een einde willen maken aan de orthodoxe greep op de islam in Nederland. ‘Liefdevol’ PvdA-lid Marcel Duyvestijn besteedde hier onlangs aandacht aan in een weblog over Opstand der gematigden, het recent verschenen boek van de Volkskrant-journalisten Janny Groen en Annieke Kranenberg. Hun boek ga ik zeker kopen.

 

Het is aardig om niet alleen Marcels blog, maar ook de daarop volgende discussie te volgen. ‘Seculiere scherpslijpers’ zetten direct vraagtekens bij de gematigdheid van twee seculiere Marokkanen, bij PvdA-bestuurder Nora Kasrioui en het Goudse raadslid Mohamed Mohandis. Kasrioui keert zich tegen de seksuele obsessies van de fundamentalisten, maar propageert tegelijkertijd de hoofddoek, die is ingesteld om de seksuele obsessies van de fundamentalisten te beteugelen. Of zoals een reaguurder op de site Vetvetvet duidelijk verklaarde naar aanleiding van een artikel van Kasrioui: “De hoofddoek is een symbool van onderdrukking en legitimeert die onderdrukking, hoe je het ook wendt of keert. Bovendien beledigt de hoofddoek mij als man.”

 

Mohandis kreeg het verwijt dat hij een expositie in Gouda van de bedreigde kunstenares Sooreh Hera niet wilde steunen. De discussie hierover liep hoog op. Zelf vond ik dat sommigen wel erg hard oordeelden over het jonge raadslid. De discussie kreeg een bijzondere wending door de bijdrage van ‘liefdevol’ PvdA-lid Eddy Terstall, die de inzet van Mohandis voor de seculiere zaak prees. “Mo neemt grote risico’s met zijn stellingname. Met een beetje pech moet hij binnenkort aan de beveiliging. Hij weet dat en worstelt daarmee. Hij heeft niet de luxe om zijn uitspraken onder een schuilnaam te doen.”

 

Zie daar het grote probleem van de echt seculiere, de echt gematigde allochtone moslims. De Moslimbroeders mogen aan tafel zitten bij de minister van Prachtwijken, bruggenhoofden bouwen in Rotterdam, en worden met alle égards ontvangen door de Europese Unie. De op vrijheid gerichte moslims moeten voortdurend achterom kijken. Als politici hun mond moeten houden uit angst voor de achterban, dan is er pas echt wat mis in Nederland.

 

Dat is geen demografische maar een democratische tijdbom.

 

Aanvulling: De PvdA-politici Nora Kasrioui en Mohamed Mohandas werden in een weblog van Marcel Duyvestijn genoemd als 'gematigden'. Zij komen echter niet voor in het boek van Groen en Kranenberg. Lees ook: Niet-opstand der niet-gematigden.

 

Carel Brendel is auteur van Het verraad van links (Uitg. Aspekt)

 

Geplaatst op 16 mei 2009

 

Aanvulling op 28 mei 2009

 

 

Homepage: www.hetverraadvanlinks.nl