Het communistische monopolie op de waarheid
Door Carel Brendel
Op dit
moment ben ik bezig met Life and Fate (Leven en Lot)
van de Russische schrijver
Vasili Grossman. Het is een
dikke pil en ik ben nog maar halverwege. Maar hoe meer ik lees, des te meer ik
verslingerd raak aan dit fascinerende boek.
Leven en
Lot is een moderne tegenhanger van
Oorlog en Vrede, het epos van Leo Tolstoj over de
lotgevallen van een Russische familie in de tijd van Napoleon. Grossman beschrijft het leven van een Sovjet-familie
tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Slag
om Stalingrad is de centrale gebeurtenis, waar alles om draait. Leden van de
familie Sjaposjnikov vechten tussen de ruďnes van de
stad aan de Wolga, die het symbool wordt van de strijd op leven en dood tussen
communisme en fascisme.
Maar de
verhaallijn heeft vertakkingen in alle richtingen en naar de gruwelplaatsen van
beide ideologieën. Grossman neemt ons mee naar de Russische
strafkampen in de barre kou van Siberië en naar de Duitse vernietigingskampen.
Daarbij putte de auteur volop uit zijn persoonlijke
ervaringen.
Grossman, kind van geassimileerde Joden, werd
geboren in Berditsjev in het westen van Oekraďne. Hij
studeerde scheikunde in Kiev, maar zijn ware passie werd het schrijven. In de
jaren dertig maakte hij naam met sociaal-realistische werken. Na de Duitse
aanval op de Sovjet-Unie meldde hij zich als oorlogsvrijwilliger. Hij werd
ingezet als verslaggever van De Rode Ster, de krant van het Rode Leger.
In die
functie maakte hij de Slag om Stalingrad intensief mee. Grossman
schreef zijn berichten vanuit de frontlinie. Zijn verslagen waren daarom immens
populair onder de soldaten. Met het zegevierende Rode Leger trok Grossman naar het Westen. Hij schreef als eerste over de
gruwelen in het Duitse concentratiekamp Treblinka, en
was getuige van de Russische intocht in Berlijn.
Tijdens de
opmars naar het westen vernam hij dat zijn in Berditsjev
achtergebleven moeder, samen met duizenden andere Joden, was vermoord door de Duitse
Einsatzgruppen. Grossman
wist precies wat er speelde, niet alleen aan het front en in de gaskamers, maar
ook in de
Russische strafkampen, waar miljoenen Sovjet-burgers
het slachtoffer waren geworden van Stalins beulen.
Tegen die
achtergrond begon Grossman na de val van Stalin met het schrijven van Leven en Lot. Maar de
publicatie van dit boek was ook tijdens de dooiperiode onder Nikita Chroesjtsjov onmogelijk.
Toen de autoriteiten lucht kregen van
Leven en Lot, werd niet Grossman gearresteerd, maar
zijn boek. De geheime dienst nam het manuscript in beslag. Zelfs het schrijfmachinelint
werd meegenomen.
Grossman meende dat al zijn inspanningen
voor niets waren geweest. Eén exemplaar, dat hij bij een vriend had ondergebracht,
werd niet gevonden tijdens de huiszoekingen door de geheime politie. Dit manuscript
werd later met hulp van dissident Andrej Sacharov op microfilm naar het Westen gesmokkeld, waar het
pas jaren na de dood van Grossman kon worden
uitgegeven.
Achteraf is
duidelijk waarom Leven en Lot ook onder een verlicht communistisch regime
onmogelijk kon verschijnen. Grossman beperkte zich
niet tot de officiële kritiek op Stalin, zoals
partijleider Chroesjtsjov in 1956 verwoordde in zijn
Geheime Rede tijdens het Twintigste Congres van de Communistische Partij. Voor Grossman waren de zuiveringen, vervolgingen en massamoorden
geen ontsporingen van Stalin. Hij zocht de oorzaak
aan de basis van de Sovjet-Unie, bij Lenin. Dat is
een boodschap, die ook in de verlichte nadagen van het communisme onverteerbaar
was.
Grossman doorbrak ook andere taboes, zoals
de massale collaboratie in de door Duitsland bezette gebieden en de deelname
van Sovjet-burgers aan de Jodenvervolging. Maar het
allerergste was dat de dissidente schrijver op diverse plaatsen een directe
parallel trok tussen het nationaal-socialisme en het
internationale socialisme van de Sovjets.
Een
indrukwekkende passage in Leven en Lot is het verhoor van de Russische
concentratiekampgevangene Mikhail Mostovskoy,
een oude bolsjewiek die Lenin nog persoonlijk heeft
gekend, door de SS-officier Liss.
Mostovskoy bereidt zich voor op de ergste
martelingen, maar er gebeurt iets dat hem nog veel meer kwelt. Liss begint een verhandeling over de overeenkomsten tussen
beide systemen. Hij probeert de Rus ervan te overtuigen dat ze beiden voor
dezelfde grote zaak staan.
Liss laat Mostovskoy
zijn handpalmen zien: “Onze handen zijn zoals die van jullie. Ze houden
van grote werken en ze zijn niet bang
voor vuil.” De SS’er gaat verder: “Als
we elkaar in het gezicht kijken, kijken we geen van tweeën in een gezicht dat
we haten - nee, we kijken in een spiegel.
Dat is de tragedie van onze tijd. Herkennen jullie echt niet jezelf in
ons - jullie zelf en jullie wilskracht? Is het niet waar dat ook voor jullie de
wereld jullie wil is? Is er iets wat jullie aan het wankelen brengt?”
Bolsjewiek Mostovskoy gaat niet in op de monoloog van nazi Liss: “Jullie mogen denken dat jullie ons haten, maar in
werkelijkheid haten jullie jezelf - jezelf in ons. Verschrikkelijk, niet waar?
Begrijp je me?”
Verderop
zegt Liss: “Twee polen van één magneet! Natuurlijk!
Als dat niet het geval was, dan zou deze verschrikkelijke oorlog niet
plaatsvinden. We zijn jullie aartsvijanden. Ja, ja… Maar onze overwinning zal
jullie overwinning zijn. Begrijp je. En als jullie zouden winnen, dan gaan wij
alleen onder om voort te leven in jullie overwinning. Het is paradoxaal: door
de oorlog te verliezen, zullen we hem winnen - en doorgaan met onze
ontwikkeling in een andere vorm.”
Liss slaat zijn tegenstander om de oren
met argumenten: we worden allebei geleid door een groot man; dezelfde communisten
die wij naar de kampen stuurden zijn bij jullie in 1937 naar de kampen gestuurd;
vandaag staan jullie versteld van onze haat tegen de Joden, morgen maken jullie
gebruik van onze ervaring.
Mostovskoy is verbijsterd door de uitspraken
van zijn vijand. Even slaat de twijfel toe bij de bolsjewistische veteraan. “Hij
zou alles moeten afzweren waarvoor hij ooit had gestaan. Met al zijn kracht zou
hij de werkkampen moeten haten, de Lubyanka-gevangenis,
de bloedbevlekte (geheime dienstchefs) Yezhov, Yagoda, Beria! Nog meer, hij zou Stalin en zijn
dictatuur moeten haten! Meer dan dat! Hij zou Lenin
moeten veroordelen...! Dit was de rand van de afgrond!”
Ook in het post-Stalin-tijdperk was het ondenkbaar dat een dergelijke
vergelijking tussen nazisme en communisme door de censuur zou komen. Dat er behalve
grote verschillen ook duidelijke overeenkomsten bestonden tussen beide
systemen, werd door communisten in binnen- en buitenland als ondenkbaar en
beledigend beschouwd. Hoe haalden mensen het in hun hoofd om de CPN, die zo’n
grote rol had gespeeld in het Nederlandse verzet, en de Sovjet-Unie, die zo’n
groot aandeel had in de ondergang van Hitler, te
vergelijken met het fascisme!
Ondertussen
claimden communisten wel het monopolie op het vergelijken van anderen met het Grote
Kwaad. Voor de oorlog scholden ze de sociaal-democraten
uit voor sociaal-fascisten. Mede dankzij deze
verdeeldheid kon Hitler in Duitsland de macht
grijpen. Na de oorlog gingen ze hier vrolijk mee door. Voortdurend waarschuwden
ze voor de herleving van het fascisme in de Duitse Bondsrepubliek.
Sindsdien
is het een gewoonte geworden om alles wat de CPN onwelgevallig is te associëren
met het fascisme. Zelfs na de ondergang van deze partij bleef deze praktijk
bestaan. Pim Fortuyn, Frits Bolkestein en Geert Wilders waren of zijn in deze visie
de voorboden van het nieuwe fascisme, en degenen die niet genoeg weerstand
tegen hun enge denkbeelden bieden, zijn de wegbereiders ervan.
Tegen Geert
Wilders valt veel in te brengen (zoals ik in eerdere weblogs
heb gedaan), maar hij heeft niet langs illegale weg de macht gegrepen, en heeft
ook niet miljoenen mensen uit de weg geruimd, zoals de nazi’s en de
bolsjewieken wel hebben gedaan. De nare vragen over immigratie die het PVV-Kamerlid Sietse Fritsma heeft
gesteld zie ik ook niet als een aanloop om dit wel te doen. Desondanks regent
het weer vergelijkingen tussen Wilders en het fascisme.
Voorop hierin
gaat NRC-columniste Elsbeth Etty, die zelf in een ver
verleden geloofde in het communisme - ter verzachting: op een moment dat het
communisme in sommige landen een menselijker gezicht had gekregen. Iedereen
heeft recht op politieke vergissingen, maar juist de grote vergissers
claimen het monopolie op de waarheid, die tegenwoordig met een kleine letter wordt
geschreven.
Ik citeer uit
een recente column (17 juni), waarin Etty de PvdA verwijt dat ze een morele
standaard heeft losgelaten. De sociaaldemocraten
onder Wouter Bos zouden zich te weinig verweren tegen het populisme en fascisme
van Wilders, tegen diens gehamer op identiteit en zijn weerstand tegen het
vreemde. Etty: “Het is een oude bekende die we hier ontmoeten, de
zondeboktheorie, waarvan niemand zal ontkennen, maar het moet tóch herhaald
worden, dat zij tot de constituerende elementen van het fascisme en het nationaal-socialisme behoort, evenals de haat tegen de
elite en de kosmopoliet, de vaderlandsloze gezel van de indringer.”
De
constituerende elementen van het partijcommunisme, waar Etty ooit achteraan
liep, verschillen overigens niets van deze formulering. Haat tegen de elite was
de brandstof van het bolsjewisme van Lenin en Stalin, die omstreeks 1980 nog altijd nasmeulde in de CPN.
Tussen 1948 en 1953 voerde Stalin
een campagne tegen de ‘kosmopolieten’, met
gebruik van de volgens Etty nationaal-socialistische
mantra ‘Het Jodenjong loert’. Joodse
prominenten werden uit de weg geruimd, Joodse dokters zouden een samenzwering
hebben gesmeed tegen de Russische leiders. De dood van Stalin
maakte een eind aan deze waanzin.
Dankzij het
lot Stalin bleef de Joodse schrijver Vasily Grossman in leven. Daaraan
hebben we Leven en Lot te danken, een fantastisch boek dat voormalige
communisten enige bescheidenheid zou kunnen bijbrengen.
Carel Brendel is auteur van Het verraad van links (Uitg. Aspekt)
Geplaatst
op 29 juli 2009
Homepage: www.hetverraadvanlinks.nl