Het gelijk achteraf van de
kansloze buitenstaander Jouke de Vries De PvdA is een conservatieve kracht, stelde de bestuurskundige Jouke de Vries vast in 2002. Hij kreeg
als PvdA-outsider helaas geen poot aan de grond, ook niet met zijn voorstel om hoofddoeken in openbare
functies te verbieden. De politiek-culturele elite had wel gezien dat God verdween uit Jorwerd, maar niet
dat Allah verscheen in Rotterdam. Nog steeds fungeert De Vries als luis in de pels. Bij de PvdA hadden ze zijn
telefoonnummer, maar ze belden liever met Ella Vogelaar en Jeltje van Nieuwenhoven. Door Carel Brendel Staat de afkorting PvdA tegenwoordig voor Praatprogramma’s Vaker Dan Actualiteitenrubrieken? Je zou het
haast gaan denken gezien het grote aantal socialistische gasten, dat bij de publieke omroep zijn zegje mag
komen doen. Sinds de val van het kabinet staan programma‘s als Pauw & Witteman meer dan ooit in het
teken van de Propaganda Voor De Arbeiderspartij. Bij de uitgenodigde PvdA-prominenten mis ik tot dusver echter prof. dr. Jouke de Vries. Zijn naam kwam ik
opnieuw tegen toen ik onlangs op zoek ging naar een oud interview met Jeltje van Nieuwenhoven. Zij was
destijds met Wouter Bos in de race voor het lijsttrekkerschap van de PvdA bij de Kamerverkiezingen van 2003.
Partijtijger Klaas de Vries en achternaamgenoot Jouke de Vries waren de outsiders in de strijd om de
opvolging van Ad Melkert. De tweede De Vries was een
voor de buitenwacht onbekende hoogleraar bestuurskunde. Hij werd in 1999 benoemd tot wetenschappelijk
directeur van de Campus Den Haag, een dependance van de Universiteit Leiden in de buurt van het Binnenhof.
In het voorjaar van 2002 viel hij op doordat hij als een van de eerste waarnemers de opkomst van Pim Fortuyn
serieus nam. Trouw (6 maart 2002) interviewde hem naar aanleiding van het boek Paars en de
managementstaat. In dat vraaggesprek trok hij een fraaie vergelijking: “De onmacht van de gevestigde partijen
tegenover de opkomst van Fortuyn roept bij mij het beeld op van de Roemeense president Ceaucescu vlak voor
zijn val in 1989. Hij staat in Boekarest op het balkon van zijn paleis en spreekt de massa toe. Hij denkt
dat de mensen het goed vinden wat hij doet en hoort aanvankelijk niet dat de menigte hem uitjouwt in plaats
van toejuicht. De ontreddering op zijn gezicht als hij eindelijk doorkrijgt wat er gebeurt…” Op 16 maart 2002 (Fortuyn had intussen een verpletterende
overwinning behaald bij de raadsverkiezingen in Rotterdam) had De Vries in AD Magazine een verklaring
voor de impopulariteit van Paars. Hij noemde de paarse kabinetten van PvdA, VVD en D66 ‘meer een uitruil
tussen de VVD en de PvdA dan een hecht samenwerkingsverband‘. “De VVD mocht de marktwerking op allerlei
beleidsterreinen doorvoeren, in ruil waarvoor de PvdA de hoogte en de duur van de sociale uitkeringen kon
garanderen.” Het gevolg was dat belangrijke problemen bleven liggen, meende De Vries, vooral in Paars II, dat minder
sterk opereerde dan het eerste kabinet van Wim Kok. “De hernieuwde uitruil tussen de VVD en de PvdA leidde
ertoe dat vele zaken die op de maatschappelijke agenda stonden - de verloedering van de grote steden, de
problemen rond de asielzoekerscentra op het platteland, stijgende overlast door Marokkaanse jongens - niet
konden worden aangepakt. Op het punt van de multiculturele samenleving liepen de maatschappelijke en
politieke agenda steeds verder uit elkaar.” Na de dramatische afgang van Wim Kok en Ad Melkert ging er een PvdA-commissie onder leiding van Margreeth
de Boer aan de slag om de oorzaken te onderzoeken. De Vries was zeer ontevreden over
het rapport, zo liet hij op 10 oktober 2002 weten in een artikel voor de opiniepagina van het
Algemeen Dagblad. De kop luidde ‘PvdA is conservatieve kracht’. Een aantal prachtige citaten wil ik u
niet onthouden. “De commissie De Boer heeft over de PvdA een helder rapport geschreven. De titel is mooi: 'De kaasstolp
aan diggelen'. Het is echter zeer de vraag of de kaasstolp door dit rapport werkelijk aan gruzelementen
gaat. Ronduit teleurstellend is het rapport over de toekomst van de PvdA. Er worden voor de zoveelste keer geen
keuzen gemaakt over de vraag welke maatschappelijke vraagstukken de PvdA de komende tijd te lijf wil gaan en
hoe zij dat wil doen. De PvdA lijkt geen keuzen meer te kunnen maken. Waarom is de PvdA hiertoe niet in
staat? De PvdA kent verschillende uitgangspunten die tot progressieve dilemma's leiden en daardoor tot uitstel
en afstel van besluitvorming. Een eerste uitgangspunt is dat de PvdA een sterke internationale traditie
kent, waardoor elke allochtoon het per definitie slechter heeft dan een lid van de Nederlandse
arbeidersklasse. Een tweede uitgangspunt is een sterk waardenrelativisme. Iedereen heeft vanuit zijn eigen culturele
achtergrond gelijk waardoor verschillen en tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen worden ontkend. Door deze uitgangspunten kan de PvdA geen keuzen maken tussen vrouwenemancipatie en hoofddoekjes, tussen
allochtone jongeren en homoseksuele leerkrachten, tussen botsende beschavingen en tussen de Nederlandse taal
en andere talen. Deze progressieve vooroordelen hebben zich niet alleen in de PvdA genesteld, maar ook in andere linkse
partijen, D66 en tijdens Paars zelfs in de VVD. Deze progressieve vooroordelen zijn bovendien sterk aanwezig
in het openbaar bestuur waar de PvdA dominant aanwezig is en bij een groot deel van de journalistiek,
waarvan een belangrijk deel sympathiseert met links. Deze progressieve vooroordelen hebben lange tijd hun werk gedaan en voor een gesloten agenda gezorgd. De
PvdA heeft als progressieve partij niet in de gaten dat zij in feite een conservatieve kracht is geworden:
verdediger van de status-quo. Alleen de intellectueel Paul Scheffer heeft met zijn artikel over 'Het
multiculturele drama', deze vooroordelen kortstondig op de proef gesteld, maar de grote hoeveelheid
ingezonden brieven was voor de PvdA geen aanleiding daar verder over na te denken. Dat denkproces is pas
weer op gang gekomen na de grote electorale dreun van mei dit jaar. De progressieve vooroordelen deden hun werk totdat Fortuyn opstond… Fortuyn bracht een omwenteling in het
denken teweeg die sterk doet denken aan een wetenschappelijke revolutie. Eigenlijk riep Fortuyn dat de aarde
rond was, terwijl de PvdA nog in de stellige overtuiging leefde dat de aarde plat was. De PvdA kan uit de misère komen als zij de progressieve vooroordelen ter discussie stelt en helder
aangeeft wat zij met de multiculturele samenleving en de veiligheid wil. De gedachte dat politici daarvoor
de wijken in moeten is de domste die sinds lange tijd is geformuleerd. De leden en kiezers van de PvdA
hebben helemaal geen moeite met het functioneren van een partijelite, mits deze maar helder en duidelijk
aangeeft welke politiek zij voorstaat. De PvdA zal zich moeten realiseren dat de ontreddering in de partij niet betrekking heeft op een aantal
zielige Kamerleden dat geen baantje meer heeft. Het gaat om de erfenis van Troelstra, Drees en Den Uyl die
op het spel staat.” Kort daarna besloot Jouke de Vries zich kandidaat te stellen voor het leiderschap met de bedoeling de
discussie in de PvdA open te gooien. Hij lanceerde een 20-puntenplan met veel aandacht voor veiligheid en
integratie, volgens hem geen rechtse onderwerpen. Trouw organiseerde een gesprek tussen de vier kandidaten. Het begon over de hoofddoek, waarbij direct
bleek dat er grote kloof bestond tussen Jouke de Vries en de drie uit de gevestigde partijcircuits
afkomstige kandidaten. Trouw (9 november 2002) berichtte als volgt: “Te banaal voor woorden, vindt
Klaas de Vries de discussie of islamitische vrouwen in openbare functies een hoofddoekje mogen dragen.
Jeltje van Nieuwenhoven en Wouter Bos vinden het prima zolang ze dat geheel vrijwillig doen. ‘Mijn Friese
grootmoeder heeft ook haar hele leven
een muts gedragen’, zegt Van Nieuwenhoven. Alleen voor werken bij de rechterlijke macht maken ze een
uitzondering. Dat is immers een neutrale instantie. Maar Jouke de Vries vindt een hoofddoekje in een
publieke functie niet kunnen, ook niet op scholen.” De drie anderen gaven hem op veel andere punten gelijk, maar vooral Klaas de Vries en Van Nieuwenhoven
verdronken daarbij in de nuancering. Wouter Bos nam een middenpositie in, halverwege het oud-linkse denken
van Klaas en Jeltje, en de radicale kritiek van Jouke de Vries. De afloop is bekend. Wouter Bos kreeg 60 procent van de leden achter zich. In de jaren daarna verzuimde
hij de PvdA-lijn bij te stellen. Sinds 2006 is hij de gevangene van een multiculturele vleugel, die denkt
dat emancipatie van allochtonen het beste via de moskee kan verlopen. Jouke de Vries bleef steken op 2,9 procent. De kansloze buitenstaander ging verder met de wetenschap en
het schrijven van boeken. In 2005 schreef hij samen met politicoloog Sebastiaan van der Lubben de analyse
Een onderbroken evenwicht in de Nederlandse politiek. De Vries zocht de oorzaak van de kiezersopstand niet bij de harde taal van politici (op dat moment Rita
Verdonk, Ayaan Hirsi Ali en LPF’er Joost Eerdmans), maar bij het ’vergoelijken, verzachten en verzwijgen’
door de gevestigde politiek. De Vries deed een aardige uitspraak over Geert Maks populaire boek over het
Friese dorp Jorwerd; “Maks sociologische schets was compleet geweest als hij daar een analyse van de grote
steden aan had toegevoegd en de titel Hoe god verdween uit Jorwerd had uitgebreid met en Allah
zich in Rotterdam vestigde.” Zo nu en dan deed De Vries nog voorspellingen vanaf de zijlijn. Op 8 juli 2006 interviewde Vrij
Nederland hem over de val van het tweede kabinet-Balkenende. De PvdA stond op dat moment goed in de
peilingen, maar De Vries waarschuwde dat zijn partijgenoten niet te vroeg moesten juichen. “Je moet het CDA
nooit onderschatten.” De Vries voorspelde daarnaast dat islam en minderheden weer op de agenda zouden komen
als Rita Verdonk en Marco Pastors een nieuwe partij zouden oprichten. De Vries had inderdaad gelijk dat deze thema’s zouden terugkeren, alleen zou het op een andere manier
gebeuren. Verdonk bleef in de VVD en begon pas later haar eigen beweging. Pastors probeerde het wel in het
najaar van 2006, maar werd overvleugeld door de PVV van Geert Wilders, die in dit VN-interview over
het hoofd werden gezien. De hoogleraar bestuurskunde had zijn politieke ambities niet helemaal begraven, zo bleek aan het slot.
“Ik ben niet geschikt voor het Kamerwerk, daar ben ik veel te eigenwijs voor. Maar als ze winnen, hebben ze
mijn telefoonnummer.” Wouter Bos had echter ook het nummer van Ella Vogelaar. Het hoort tot de tragiek van de PvdA, dat de
Joukes in de marge blijven, terwijl de Ella’s en Jeltjes altijd boven komen drijven. Bij de jongste kabinetscrisis fungeert De Vries nog steeds als tegendraads commentator. Afgelopen
donderdag (25 februari) schreef hij een bijdrage voor Trouw. Hij kwam met behartenswaardige
oneliners. “Het lijkt erop dat een cordon sanitaire of een entente cordiale tegen de gemeenschappelijke
vijand Wilders weinig zin heeft, omdat kiezers tegenwoordig zelf nadenken. Wilders wordt nog steeds
onderschat terwijl hij het breekijzer steeds verder in de progressieve opvattingen zet.” De dwarsligger zal er geen applaus mee krijgen aan de tafel van Pauw & Witteman, als hij daar al
wordt uitgenodigd. Nog steeds geldt zijn eerder aangehaalde, zeer treffende waarneming uit 2002: “…
Progressieve vooroordelen zijn bovendien sterk aanwezig … bij een groot deel van de journalistiek, waarvan
een belangrijk deel sympathiseert met links.” Geplaatst op 1 maart 2010 Homepage: