Job Cohen levert de allochtonen
uit aan de conservatieve islam Door Carel Brendel Door een van de stadsdelen in het westen van Amsterdam was eind 2008 een feestelijke bijeenkomst
georganiseerd. Een stuk of tachtig mannen en vrouwen ontvingen een diploma, omdat ze hadden meegedaan aan
een project voor sociaal wijkbeheer. Aan het begin van de bijeenkomst begon een kleine minderheid van de
aanwezigen heisa te maken. Ze maakten luidruchtig bezwaar tegen het feit dat mannen en vrouwen tijdens deze
uitreiking in één ruimte zouden verkeren. Dat was volgens hun geloof niet toegestaan. Om de lieve vrede te
bewaren maakte de aanwezige dagelijks bestuurder van dit stadsdeel een knieval voor de orthodoxe islam.
Mannen en vrouwen werden in de raadzaal van elkaar gescheiden. Een kleine gebeurtenis uit het Amsterdam, dat door Job Cohen wordt achtergelaten
nu hij tot het hogere is geroepen door zichzelf, door Wouter Bos, door spindoctor Dig Istha
(sinds kort weer lid van het landelijk partijbestuur) of wie weet wel door alle drie tegelijk. Hopelijk was het gedoe in die raadzaal ergens in West een incident. Maar ik ben er niet gerust op. De
nieuwe partijleider van de PvdA is een voorstander van ‘integratie via de moskee’. Het resultaat van dit
mooie streven is helaas niet integratie maar isolatie met bijverschijnselen als seksuele apartheid en
achterstelling van vrouwen. Dezer dagen wemelt het in de media van de hagiografiën, waarin de heilige Job Cohen wordt opgehemeld
omdat hij de boel zo goed bij elkaar weet te houden. Zelden vraagt iemand zich af wie of wat de heilige Job
toch zo goed bij elkaar houdt. De burgemeester introduceerde een omgekeerd wij-zij-denken door de verspreiding van een lesbrief, die de Amsterdamse
scholieren waarschuwde voor ophitsende politici. In dit lesmateriaal werden blanke Nederlanders weggezet
als racistische ’tokkies’. Cohen was de hoofdverantwoordelijke voor deze lesbrief, maar door handig
manoeuvreren bleef hij buiten schot en sneuvelde de politieke carrière van de ongelukkige wethouder Hennah
Buyne (PvdA). Cohens omgekeerde wij-zij-denken kwam in oktober 2009 weer eens aan de oppervlakte in een interview met
de Volkskrant. Daarin stelde hij zelfgenoegzaam vast dat Amsterdammers ‘minder overtrokken’ op de
immigratie reageren dan elders in het land. “Eerlijkheidshalve zeg ik er wel onmiddellijk bij dat het deel
van de bevolking dat weinig moet hebben van vreemdelingen, uit Amsterdam is vertrokken. Veel Amsterdammers
uit de lagere middenklasse wonen tegenwoordig in Almere, Zaanstad, Purmerend. In die groep zit, denk ik, de
kern van de rancune.” Cohen lijkt er niet mee te zitten. Hij heeft de onvrede naar Almere geëxporteerd en laat zich vervolgens
fêteren als de man, die zo fantastisch binden kan. De ‘gedroomde premier’ heeft de blanke onderklasse, ooit
een belangrijk deel van het PvdA-electoraat, voorgoed afgeschreven. Het meest cynische van Cohens beleid vind ik echter dat hij ook de allochtonen in de steek laat.
Integratie via de moskee betekent namelijk dat de handenweigeraars, hoofddoekbrigades en voorstanders van
seksuele apartheid hun zin krijgen. Seculiere en vooruitstrevende Turken en Marokkanen hebben niets te
verwachten van premier Cohen. Om te laten zien dat hij geen 'softie' is wil Cohen zijn beschermeling Ahmed Marcouch meenemen naar Den
Haag. Cohen toont daarmee aan dat hij inderdaad geen 'softie' is. De kandidaat-premier laat zien dat hij
keihard doorgaat met het bevorderen van de islam. Marcouch, voorstander van koranonderwijs op de openbare
school, propagandist van hoofddoeken bij de politie, de man die in Slotervaart de rode loper uitlegde voor de
Moslimbroederschap, blijft het integratieboegbeeld van de PvdA. Honderd jaar geleden bevorderde de sociaaldemocratie de emancipatie van de arbeiders, door hen uit de
greep te halen van de conservatieve krachten in de kerk en de synagoge. De sociaaldemocratische voorman van
2010 dwarsboomt de emancipatie door zijn achterban uit te leveren aan de conservatieve krachten in de
moskee. Geplaatst op 15 maart 2010 Homepage: