Weer een mislukte handreiking van Tofik Dibi

 

Door Carel Brendel

 

Als de mensen braaf op de PvdA en het CDA stemmen, hoor je de elite nooit klagen. Maar als de kiezers massaal overlopen naar Pim Fortuyn of Geert Wilders, dan deugen ze niet meer. Dan bestaat het Nederlandse volk opeens uit zeurpieten, xenofoben en potentiële navolgers van de NSB. De paniek is groot. Zo was het in 2002 bij de opkomst van en de moord op Fortuyn, in 2008 rond de film Fitna, en nu weer sinds de ‘onverwachte’ winst van de PVV bij de Europese verkiezingen.

 

De bestrijders van Wilders maken overuren, maar hun werk is vruchteloos zolang ze de oorzaken van de PVV-groei niet wegnemen. Helaas geldt dat ook voor een van de sympathiekere gebaren in de richting van het Wilders-electoraat, de recente open brief aan de ‘geachte PVV-stemmer’ van GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi.

 

Dibi’s brief oogt serieuzer dan het uitgestelde optreden van PvdA-minister Ronald Plasterk, die als een soort standwerker op de markt van Volendam in gesprek wil gaan met PVV-aanhangers. Aan het slot van zijn brief erkent het jonge Kamerlid de zorgen van de gemiddelde PVV-kiezer. “U ziet geen spoken… Er zijn radicalen die met behulp van dood en verderf macht willen verwerven, ook in Nederland… Ik wil bondgenootschappen creëren met alle mensen, die vrijheid en gelijkheid net zo belangrijk vinden als ik, zodat er geen ruimte is voor de radicale islam.”

 

Het is niet de eerste handreiking van Dibi naar Wilders en zijn electoraat. Tijdens de Fitna-gekte deed de GroenLinkser ook al een poging om een brug te slaan. Op 26 maart 2008 stond er ook al een open brief in De Volkskrant, dit keer gericht aan de PVV-leider zelf. “De radicale Islam is de vijand van alle beschavingen en van alle redelijk denkende mensen (gelovig en ongelovig), schreef Dibi destijds.”Voor mij is de radicale Islam namelijk een even grote bedreiging als voor jou. Als vrije moslim heb ik bondgenoten nodig, geen vijanden.”

 

De eenzijdige liefdesverklaring bleef onbeantwoord. Wilders had geen trek in samenwerking met een collega-Kamerlid, dat enkele maanden daarvoor nog had rondgelopen met het bord ‘Wilders extremist’. Dibi demonstreerde in het dubieuze gezelschap van de trotskistische, zelf nogal extremistische Internationale Socialisten, die solidair zijn met de radicale islam zoals die in de praktijk wordt gebracht door Hamas en Hezbollah.

 

Dibi kwam toen met de smoes dat hij door te googelen had gezien dat er een paar jongens waren opgepakt door de Amsterdamse politie. Hij wilde zijn solidariteit betuigen met deze knapen. Het was een doorzichtige uitvlucht. Dibi is bestuurslid geweest van links-extremistische Turkse arbeidersvereniging HTIB. Hij sprak diverse keren op het Marxisme Congres van de Internationale Socialisten. Kortom, Dibi wist donders goed met wie hij optrok. Als bondgenoot van Wilders tegen het moslimextremisme had hij zich ongeloofwaardig gemaakt.

 

Dezelfde dubbelhartigheid kleeft ook aan de jongste open brief van Dibi. Hij bedoelt het zo goed: “Er is geen haar op mijn hoofd die ook maar één seconde fantaseert over de invoering van de sharia of de gewelddadige jihad. Elke keer als ik in aanraking kom met een boerka, ervaar ik dat net als u als een wandelende gevangenis. Homo’s moeten hand in hand door onze straten kunnen wandelen, zonder dat ook maar iemand zijn poot naar ze uitsteekt. Cabaretiers, columnisten, auteurs en kunstenaars moeten vrijelijk islamkritiek kunnen hebben zonder angst voor eigen leven.”

 

Voorwaar een prachtige handreiking van Tofik Dibi. Helaas speelt in dit geval ook het verleden weer parten. Nog geen jaar geleden, in november 2008, liet de GroenLinkser zich interviewen door Al-Yaqeen, de website van de salafistische haatsjeik Fawaz Jneid. Daar sloeg Dibi een heel andere toon aan dan in zijn open brief aan de PVV-stemmers.

 

De boerka een wandelende gevangenis? De gedachte kwam niet eens bij hem op. “GroenLinks zou nooit akkoord gaan met een verbod van de hoofddoek”, zei Dibi desgevraagd. En hij vervolgde aldus: “Ook geen verbod op boerka’s in het publieke domein. Ik hecht heel erg aan de essentie van GroenLinks.” Verderop keerde Dibi zich ook tegen het verbod van hoofddoekjes bij de politie.

 

Het is door dit alles geen wonder dat Dibi’s open brief aan de PVV-stemmer weinig weerklank krijgt onder de webloggers in de Wilders-hoek. Het gesprek lijkt bij voorbaat kansloos.

 

Wat nu? Misschien is het een goede suggestie dat Dibi eerst eens in gesprek gaat met zijn eigen partijgenoten, voor hij weer een nieuwe handreiking doet naar de verontruste kiezers. GroenLinks is altijd de partij geweest van de emancipatie van homo’s en vrouwen. Hopelijk gaan partijleider Femke Halsema en Dibi met elkaar praten en komen ze tot de conclusie dat de mensonterende vrouwengevangenis genaamd boerka niet meer moet worden gedoogd, maar met hand en tand moet worden bestreden.

 

Een tweede stap zou kunnen zijn dat de seculiere partij GroenLinks zich niet meer sterk maakt voor de hoofddoek bij overheidsinstanties als de politie. Hoort het ook niet tot de essentie van GroenLinks om het dragen van hoofddoeken door kleine kinderen op de basisschool tegen te gaan? Of maakt de partij zich alleen maar druk om religieuze dwang door christelijke ouders en opvoeders?

 

Dibi kan ook in conclaaf gaan met partijgenoot Rik Grashoff, de wethouder van Apartheid in Rotterdam, die seksuele apartheid (ook al de essentie van GroenLinks?) goedkeurt bij theatervoorstellingen. Hoort het ook tot de essentie van GroenLinks (homorechten!) dat diezelfde Grashoff GayKrant-hoofdredacteur Henk Krol ten onrechte als leugenaar heeft weggezet? Dat alles om de homovijandige uitspraken van Tariq Ramadan, de moslimradicaal in bruggenbouwerskleren, weg te poetsen. Dibi kan daarna door naar GroenLinks in Slotervaart, dat geen kritisch woord laat horen over de komst van een moskee van de Moslimbroeders naar dit Amsterdamse stadsdeel.

 

Zo kunnen we nog een tijdje doorgaan. De SP heeft het nijvere Kamerlid Sadet Karabulut, dat wel degelijk vraagtekens heeft gezet bij Tariq Ramadan en de Moslimbroeders in Slotervaart. Bij de PvdA lopen tenminste nog enkele seculiere Marokkanen rond die een tegenwicht proberen te vormen tegen Marcouch en de Vogelaristen. Zij hebben onlangs met succes voorkomen dat aanhangers van de radicale dawa, zoals polderimam Mohammed Cheppih en legerimam Ali Eddaoudi, via een religieuze werkgroep een vinger in de pap zouden krijgen binnen de PvdA.

 

GroenLinks laat het echter totaal afweten rond dit onderwerp. Zolang dat het geval is hebben de handreikingen van Tofik Dibi geen enkele zin.

 

Carel Brendel is auteur van Het verraad van links (Uitg. Aspekt)

 

Geplaatst op 11 juli 2009

 

 

Homepage: www.hetverraadvanlinks.nl