De niet-opstand der niet-gematigden
Door Carel Brendel
Janny Groen en Annieke Kranenberg hebben lang geworsteld met de titel van hun jongste boek. Na een lange discussie werd het Opstand der gematigden. Maar, zo erkenden de twee journalistes van De Volkskrant afgelopen vrijdag (22 mei) tijdens een debat in Utrecht, de titel dekt niet helemaal de lading.
Van een georganiseerde, samenhangende en openlijke ‘opstand van gematigde moslims’ tegen de islamitische orthodoxie is geen sprake. Daarnaast blijken veel groepen en individuen binnen de Nederlandse islam bij nader onderzoek helemaal niet zo gematigd.
Ondanks de verkeerde titel is Opstand der gematigden. De groeiende weerbaarheid van Nederlandse moslims een interessant en informatief boek. De naar schatting 850.000 poldermoslims vormen geen éénvormig orthodox blok. Onder de oppervlakte zijn er allerhande initiatieven en ontwikkelingen gaande. Een aantal van deze trends zijn door Groen en Kranenberg, twee zeer goed in de Nederlandse moslimwereld ingevoerde onderzoeksjournalisten, bekwaam op een rij gezet.
Tegen de verdrukking in maken kleine groepjes moslims zich los van de orthodoxie. Ze trotseren de dreigementen van fanatieke gelovigen en onttrekken zich aan de gigantische sociale druk van hun eigen milieu. Die sociale druk is geen verzinsel van de islambashers. Dat het comité van ex-moslims niet van de grond kwam, ligt beslist niet alleen aan de eigenzinnigheid en onervarenheid van oprichter Ehsan Jami en diens ‘flirt’ met PVV-leider Geert Wilders. Groen en Kranenberg beschrijven hoe de mogelijke medestanders van Jami een voor een afhaakten onder druk van hun familie en omgeving.
Loodzwaar is ook de sociale druk op individuen, die een eigen leefstijl kiezen of zich willen onttrekken aan de door hun ouders opgelegde partnerkeuze. Hartverscheurend is bijvoorbeeld het relaas van Namira Abdoel, die als een soort slavin en gevangene werd behandeld door haar Britse moslimechtgenoot, aan allerlei vernederingen blootstond, en pas na een lange strijd het geluk wist te vinden met een aardige vriend. Deze wordt echter door haar familie afgekeurd omdat hij geen goede moslim zou zijn. Vrouwen als Namira schreeuwen hun verzet niet van de daken, maar plaveien in stilte de weg voor een volgende generatie mondige en geëmancipeerde vrouwen.
Tijdens hun rondgang door islamitisch Nederland doen Groen en Kranenberg meer ontdekkingen. Ze duiken in de wereld van de rappers en muzikanten. Ze hebben de reacties op de Wilders-film Fitna op de voet gevolgd en proberen een verklaring te vinden voor het uitblijven van de verwachte volkswoede. We kijken rond in de wereld van de ‘geëmancipeerde’ moslima’s. We maken kennis met de ‘Berberse voorhoede’, die zich zowel tegen het nationalistische Marokkaanse bewind als tegen het fundamentalisme verzet.
Het gist en borrelt op de meest uiteenlopende terreinen. Daar ligt gelijk het probleem voor de twee auteurs. De ‘tegenbeweging’ is zo divers dat ze niet onder één gemeenschappelijke noemer valt te brengen. Voor Groen en Kranenberg is het al voldoende dat de betrokkenen zich verzetten tegen de extreme orthodoxie van de salafisten. Iedereen die het oneens is met de Haagse imam sjeik Fawaz Jneid wordt door de twee journalistes beloond met het stempel ‘gematigd’.
‘Niet gelukkig gekozen’, noemt ook Ahmed Marcouch de term ‘opstand der gematigden’. De voorzitter van het stadsdeel Slotervaart krijgt terecht een belangrijke plaats in het boek, al was het alleen maar vanwege zijn opvallende debat met Fawaz Jneid, die de PvdA-politicus voor ‘huichelaar’ uitmaakte. Deze fatwa had opmerkelijke gevolgen. Voor het eerst durfden Marokkanen in Nederland zich openlijk en duidelijk tegen een imam uit te spreken. Met alle bezwaren die ik tegen hem heb, blijft Marcouch onmiskenbaar de boeiendste persoonlijkheid in deze sector.
Het gevolg van de onduidelijke definitie van ‘gematigd’ is dat allerlei figuren, die in mijn ogen helemaal niet ‘gematigd’ zijn, een plekje hebben gekregen. We komen de haatrappers Appa en Salah Edin tegen, die - hoe gematigd! - niet Bin Laden maar Bush de schuld geven van de aanslagen van 11 september. Maar ook Yahia Bouyafa, voorzitter van de FION, de Nederlandse onderafdeling van de Europese tak van de Moslimbroederschap. Mohamed Rabbae, uitvinder van het begrip ‘islamracisme’ en al vele jaren bestrijder van het vrije woord, vindt een plaatsje naast de spraakmakende advocate Famile Arslan, voorvechtster van de hoofddoek in het overheidsdomein.
Groen en Kranenberg zijn op een gegeven moment verbaasd dat zelfs de fanatieke salafist Fawaz Jneid zich gematigd heeft opgesteld tegenover Fitna. Maar dat laatste hoeft niet zo verbazingwekkend te zijn als je weet dat zowel de zeer orthodoxe salafisten als de iets minder orthodoxe Moslimbroeders het gewelddadige extremisme in Europa om tactische redenen hebben afgezworen, omdat dit geweld afbreuk doet aan hun missioneringsdrang. Bij kwesties als het uitvergroten van de zogenaamde islamofobie, de promotie van de hoofddoek in het publieke domein en de invoering van koranonderwijs overlappen de agenda’s van de orthodoxen en de ‘gematigden’ zoals Marcouch en Arslan elkaar regelmatig. Helaas lees ik daarover niets in De opstand der gematigden.
Hoe moeilijk het is de gematigdheid onder één noemer te brengen blijkt wel in het hoofdstuk over de muziek. We lezen over de Noorse popartieste Deeyah, die permanent wordt bedreigd door fundamentalistische moslims. Ze is te bloot en haar teksten zijn te kritisch. Dus wordt ze uitgemaakt voor een hoer en bevuilster van de islam, die het verdiend om verkracht of vermoord te worden.
Enkele bladzijden verder komen we ‘gematigde’ musici van een heel ander kaliber tegen. De Britse hiphopband Mecca2Medina rapt inderdaad tegen zelfmoordaanslagen en leert ons dat islam vrede is. Ze laten zich inspireren door de profeet Mohammed. Net als Pearls of Islam dat het publiek in beweging brengt door ‘Allahu akbar’ te scanderen. Het is onnodig om te zeggen dat deze islamitische ‘positivo’s’ niet worden bedreigd en beledigd. Zij hoeven niet onder te duiken of op straat over hun schouders te kijken.
Niet-opstand der niet-gematigden zou een passender titel zijn geweest. Maar dat doet niets af aan de verdiensten van dit boek. Het is een goede zaak dat Groen en Kranenberg een aantal interessante trends in kaart hebben gebracht. Het is in de Nederlandse islam niet alleen salafisme wat de klok slaat, en alleen dat feit al stemt tot grote vreugde.
Minder vreugdevol was de wat chaotische discussiebijeenkomst in Utrecht, waar de twee journalistes hun boek mochten inleiden. Zelf maakte ik het enkele weken geleden ook al mee tijdens een debat in Amsterdam-West. Binnen de kortste keren lopen dit soort discussies uit op een klaagzang over Geert Wilders, die ‘alles mag zeggen’ terwijl de arme zielige moslims ‘niets mogen zeggen’. Het zelfbeklag werd aangemoedigd door inleider Paul Scheffer, die het ‘seculiere fundamentalisme’ van Wilders op één lijn stelde met het ‘orthodoxe fundamentalisme’ van de salafisten. Wanneer komen de ‘gematigden’ eens in opstand tegen die verlammende verongelijktheid?
Aanvulling: De PvdA-politici Nora Kasrioui en Mohamed Mohandis, die in een vorig weblog werden genoemd naar aanleiding van een artikel van Marcel Duyvestijn, komen niet voor in het boek van Groen en Kranenberg.
Janny Groen en Annieke Kranenberg: Opstand der gematigden. Uitg. Meulenhoff, 192 blz.,€ 15.
Carel Brendel is auteur van Het verraad van links (Uitg. Aspekt)
Geplaatst op 28 mei 2009
Homepage: www.hetverraadvanlinks.nl