Islamofobie komt wel degelijk
voor: onder zelfislamiseerders Door Carel Brendel Een fobie is een onterechte of zeer uitvergrote angst voor iets, wat in wezen ongevaarlijk is,
bijvoorbeeld angst voor spinnen, tunnels of besmetting. De term ‘islamofobie’ suggereert dat de lijders een
onberedeneerde angst voor de islam koesteren. In de praktijk wordt de term alleen gebruikt om critici van de
islam als enge racisten af te schilderen. “Gerechtvaardigde kritiek op de islam wordt - zonder een zweem van argumentatie - islamofobie en racisme
genoemd, en verdacht gemaakt door de aantijging dat daarmee alle moslims worden gestigmatiseerd. Dat soort
verdachtmakingen zijn aanslagen op het vrije woord, gepleegd door vrije mensen in een vrij land.” Deze tekst
van prof. Afshin Ellian is wat mij betreft nog altijd de beste definitie van dit
begrip. Het is onbestaanbaar dat er geen kritiek mag worden geleverd op een religie of een ideologie, omdat dit
kwetsend zou zijn voor de aanhangers ervan. Dat zou betekenen dat er geen kritiek mag worden geleverd op de
paus en zijn bisschoppen, omdat je daarmee alle katholieken zou beledigen. Desondanks wijst directeur Hans
Westra van de Anne Frank Stichting
op het belang van het recht van moslims op bescherming tegen aanvallen op de islam’. In de achtste
Monitor Racisme & Extremisme wordt er zelfs voor gepleit om gevallen van islamofobie te
registreren. De voornaamste veroorzaker van islamofobie is de islam zelf. Dagelijks berichten krant en televisie over
vervelende gebeurtenissen in verre landen als Iran, Afghanistan, Saoedi-Arabië, Soedan en Somalië. Soms
lezen we ook over onverdraagzaam gedrag van ultra-orthodoxe moslims in Nederland of directe omgeving. In dat
geval is de angst dus niet onberedeneerd. De islamcritici of ‘islamofobielijders’ schuilen echter niet thuis onder de tafel, maar gaan de straat op
naar school of kantoor, bezoeken markten en winkelcentra of ontspannen zich in café, schouwburg en bioscoop.
Ongetwijfeld komen ze veelvuldig met moslims in contact. Hun ‘angst’ voor of bezorgdheid over de islam
betekent dus niet dat ze bang zijn voor moslims. Ze zijn hooguit bang voor bepaalde terroristische moslims.
En verzetten zich tegen de doeleinden van een grotere groep fundamentalistische moslims. Overigens is ook de angst voor tunnels, spinnen en bacteriën niet in alle gevallen onterecht. Er storten
mijngangen in, er bestaan giftige spinnen, en er bestaan besmettelijke ziektes. Wie zich uit de voeten maakt
voor een bananenspin is geen arachnofoob. Wie rillend van angst op tafel springt bij het zien van een
spinnetje is dat wel. Het komt wel eens voor dat ‘weldenkende mensen’ last hebben van een overdreven vorm van islamofobie. Ze
maken zich bij voorbaat druk om de eventuele boosheid of gekrenktheid van moslims, die in veel gevallen
afwezig is of slechts bij enkele individuen voorkomt. Uit angst voor eventuele ergernis bij moslims halen ze een kerstboom weg, hoewel de meeste moslims zich
helemaal niet aan die boom ergeren, laat staan dat ze om de verwijdering van de boom hebben gevraagd. Ze
richten aparte vakken in voor mannen en vrouwen tijdens een theatervoorstelling, waarna blijkt dat de
aanwezige moslima’s helemaal niet apart willen zitten van de mannen. In het islamdebat zijn vooral deze
zelfislamiseerders het mikpunt, omdat ze bij voorbaat buigen voor de eventuele wensen van groepjes
fundamentalistische moslims, of zonder slag of stoot capituleren voor mogelijke bedreigingen. Het meest recente voorbeeld van onterechte islamofobie is de
afzegging door Michiel Middendorf, algemeen directeur van het Haagse World Forum, van een
boekpresentatie door wiskundeleraar Frans Groenendijk. Het bestaan van deze bijeenkomst was slechts bij een
beperkt aantal genodigden bekend. Desondanks vond Middendorf het niet verantwoord om het evenement
plaats te laten vinden, want hij kon de veiligheid van personeel, gasten en auteur niet garanderen. Van
enige dreiging uit islamitische hoek was niets bekend, maar de eigenaar van het congres bibberde al bij
voorbaat. Hij sprong op tafel voor een klein spinnetje. De titel van Groenendijks boek luidt
Islamofobie? Een nuchter antwoord. Over één ding kan de schrijver niettemin tevreden zijn. Dankzij
het niet nuchtere antwoord van Middendorf heeft de boekpresentatie oneindig meer aandacht gekregen dan het
geval zou zijn geweest bij een normale doorgang. Daarnaast is nu onomstotelijk aangetoond dat islamofobie wel degelijk bestaat. De meeste islamcritici
lijden er niet aan. Zelfislamiseerders hebben er des te meer last van. Geplaatst op 16 februari 2010 Homepage: