Geert Mak kletst onzin over Nederlandse schoolboeken

Door Carel Brendel

Hoogste tijd voor een 51ste vraag aan Geert Mak. De volksschrijver is sinds kort weer op tweedewereldoorlogspad om het volk te waarschuwen tegen islamofobie. In zijn beschouwingen grossiert hij in onjuiste historische vergelijkingen. Voor mij aanleiding om hem met vijftig nieuwe vragen te bestoken.

Maandag (2 november) ontving Mak de Otto von der Gablentzprijs, die wordt toegekend aan mensen die zich inzetten voor de goede betrekkingen tussen Nederland en Duitsland. In zijn (door NRC Handelsblad gepubliceerde) dankwoord sprak Mak over ‘onze weggedrukte geschiedenissen’.

“Oók in ónze geschiedenis en ónze denktradities schuilt het beest van het racisme”, zo waarschuwde Mak tegen Wilders met verwijzing naar de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Mak verzweeg voor het gemak dat zonder een Duitse inval en de aanwezigheid van een nietsontziende bezettingsmacht hoogst waarschijnlijk nul Joden in Nederland zouden zijn vermoord tussen 1940 en 1945.

Natuurlijk moeten we ons duistere koloniale verleden evenmin uitvlakken. Mak: “Nederlandse politici spreken met weemoed over de ondernemersmentaliteit van de VOC, we kennen bijna allemaal Michiel de Ruyter en Jan Pieterszoon Coen, maar wie heeft ooit gehoord van de Nederlandse genocide in 1825 op Java, toen bij de opstand van prins Dipo Negoro naar schatting 200.000 moslims werden afgeslacht? In geen schoolklas wordt dat, bij mijn weten, geleerd.”

Voor mij liggen twee pagina’s uit Sprekend Verleden, een door uitgeverij Thieme Meulenhoff uitgegeven schoolboek, dat zeer gangbaar is in het voortgezet onderwijs. In het hoofdstuk Nederland en zijn koloniën (deel 3, hoofdstuk 6, bestemd voor havo- en vwo-leerlingen) staat een verhaal over het verzet van de Indonesiërs tegen de Nederlandse overheerser, die na 1815 in de Gordel van Smaragd terugkeerden na een korte periode van Engels bestuur.

Sprekend Verleden: “Toen de Nederlanders na de val van Napoleon hun bezit weer terugkregen, kregen zij te maken met opstanden in verschillende delen van het rijk. De twee bekendste noemen we hier.

Op de Molukken werd de opstand geleid door Matoelesia (later Pattimoera genoemd). Hij wist met zijn troepen de Nederlanders herhaalde malen te verslaan. Uiteindelijk werden de opstandelingen (in de ogen van koloniaal Nederland) of vrijheidsstrijders (in de ogen van de Indonesiërs) verslagen (1817). Matoelesia werd in het openbaar opgehangen en zijn lijk werd ‘voor de eeuwigheid’ in een ijzeren kooi tentoongesteld. Het was duidelijk dat de Nederlanders niet veel vertrouwen hadden in de trouw aan Nederland op de Molukken.

Ook op Java brak een opstand uit, geleid door Diponegoro. Deze Java-Oorlog duurde van 1825 tot 1830. De Nederlanders wonnen. Linksboven meer hierover. Aan Javaanse kant waren er ongeveer 200.000 slachtoffers, het koloniale leger verloor 8000 Europese en 7000 Indonesische soldaten.”

‘Linksboven’ staat een tekening van de aanhouding van Diponegoro. Hij voerde overleg met de Nederlanders, maar die lieten hem niet meer vertrekken. De scholieren kunnen daar lezen dat de zoon van de sultan van Djokjakarta groot aanzien had als islamitisch leider en massale steun kreeg van de Javaanse boeren, zowel om godsdienstige als economische redenen.

De koloniale les gaat verder in 1873 met de Nederlandse verovering van Atjeh. “De islamitische Atjehers zagen net zoals Diponegoro hun strijd als een heilige oorlog tegen de ongelovigen.” De scholieren lezen verder over ‘zeer wreed’ optreden door het leger van generaal Van Heutsz, dat moordde en martelde om de opstand neer te slaan. “Aan Atjehse kant vielen ruim 100.000 doden, aan Nederlandse kant ruim 12.000. Tenslotte gaven de Atjehers zich over (in 1913).”

Een samenvatting van deze ‘weggedrukte geschiedenis’ vindt u hier.

Vraag 51: Wie zei daar dat in onze schoolklassen niets over deze genocide wordt geleerd?

Geplaatst op 5 november 2009

Homepage: www.hetverraadvanlinks.nl