(Met aanvulling)

 

Rode bolwerken zijn nu Wilders-bolwerken

 

Door Carel Brendel

 

“Het zijn maar peilingen.” Die dooddoener willen we even niet meer horen. De kiezer heeft gesproken. Bijna alle door de ‘notoir onbetrouwbare Maurice de Hond’ gesignaleerde trends zijn uitgekomen tijdens de Europese verkiezingen. De Tegenpartij van Geert Wilders is de grote overwinnaar. De Tegenpartij van de Tegenpartij van Alexander Pechtold maakte eveneens een sprong voorwaarts.

 

De journalisten in Hilversum en aan het Binnenhof zullen de drijfjacht op Mark Rutte even moeten staken. Ondanks de enorme hetze tegen de VVD-leider deed zijn partij het relatief goed, althans minder slecht dan verwacht. Verbijsterend was daarentegen de nederlaag voor de PvdA. Gaan de Peter van Ingens en Ferry Mingelens nu ook speculeren over de aftocht van Wouter Bos en Mariëtte Hamer? Of worden PvdA-leiders met meer égards behandeld?

 

Veel PvdA-wethouders en -raadsleden zullen een onrustige nacht hebben gehad. De raadsverkiezingen van 2006 verliepen uitzonderlijk goed voor de sociaal-democraten. Na de slechte prestatie van gisteren dreigt volgend jaar een slachting onder het lokale partijkader. Laten deze mensen zich willoos naar de slachtbank voeren, of schrikken ze eindelijk wakker?

 

Een NOS-verslaggever verkondigde vanmorgen dat de partijen, die het duidelijkste waren over Europa, de strijd hebben gewonnen. Alsof deze verkiezingen gingen tussen Thijs Berman en Barry Madlener. De kiezers, voor zo ver ze de moeite namen om naar het stemlokaal te gaan, spraken zich natuurlijk niet uit over Brussel, maar over Balkenende, Bos, Wilders en Pechtold. Niet voor niets waren de landelijke fractieleiders uitgenodigd voor een politiek debat in Hilversum.

 

Ik heb slechts een klein deel daarvan meegekregen, maar ik moest terugdenken aan het befaamde lijsttrekkersdebat na de raadsverkiezingen van 2002. De grote winnaar Pim Fortuyn werd toen met zichtbare afkeer bejegend door zijn tegenstanders Ad Melkert en Hans Dijkstal. Nu spatte de weerzin tegen Geert Wilders uit de ogen van Mariëtte Hamer, Alexander Pechtold, Femke Halsema en Agnes Kant.

 

Tijdens het fameuze debat in 2002 gedroeg CDA-leider Jan Peter Balkenende zich rustig en beschaafd tegenover Fortuyn. Enkele maanden later werd hij daarvoor beloond. De kiezers beschouwden hem als het redelijke alternatief voor de LPF. Gisteravond deed Mark Rutte als een van de weinigen normaal tegen Wilders. Misschien zie ik het fout, maar het zou me niets verbazen als Rutte en zijn VVD zullen scoren als het redelijke alternatief voor Wilders.

 

De analisten zullen zich nu over de gedetailleerde uitslagen buigen. Eén ding valt daarbij op. Bijna alle ‘rode bolwerken’ zijn veranderd in Wilders-gebieden. Allereerst Rotterdam, ooit het belangrijkste bolwerk van de PvdA en daarna de bakermat van Fortuyn. Daar is de PVV nu de grootste partij. De PvdA verloor hier zwaar en moet vrezen voor een nieuwe afgang bij de raadsverkiezingen. Ook in andere ‘arbeiderssteden’ in Zuid-Holland is de PVV nu de grootste: Schiedam, Vlaardingen, Dordrecht, Gouda, Gorinchem, Rozenburg, Zwijndrecht. Ook in Den Haag heeft de verwildering toegeslagen.

 

Oost-Groningen was ooit het hartgebied van de CPN. In Finsterwolde en Beerta droomden de straatarme landarbeiders van het Sovjet-paradijs. Hun kinderen en kleinkinderen hebben de PVV tot de grootste partij van Reiderland en Bellingwedde gemaakt. In een andere CPN-vesting, de ‘rode’ Zaanstreek (Zaanstad, Oostzaan, Landsmeer) gaan de meeste stemmen tegenwoordig naar Wilders. De IJmond dan met zijn Hoogovens? De PVV leidt in Velsen, Beverwijk en Heemskerk, waar de PvdA vroeger zo sterk was. De PVV is ook de grootste in de industriestad Vlissingen, en in de traditionele fabrieksstad Tiel.

 

In de Limburgse Mijnstreek begon ooit de doorbraak van de PvdA. Heerlen, Kerkrade, Landgraaf en Brunssum zijn overgelopen naar Wilders, die niet alleen in zijn woonplaats Venlo de meeste stemmen binnenhaalde.

 

Opvallend was dat de PVV-resultaten achterbleven in Utrecht en Amsterdam. Dat heeft vooral te maken met de lokale demografie. In de universiteitsstad Utrecht trokken de meeste kiezers naar D66 en GroenLinks. De PVV is de sterkste in de randgemeenten Nieuwegein, Maarssen, IJsselstein en Vianen.

 

Het zelfde fenomeen zie je in en om Amsterdam. De ‘grachtengordel’ beloonde D66 en GroenLinks. De PvdA zakte naar een schamele 14,7 procent, nog net voor de PVV. De Wilders-partij scoort wel hoog onder de weggelopen Amsterdammers in Almere, Lelystad, Purmerend en Haarlemmermeer.

 

Die trend zie je overal. De PVV heeft vooral aanhang in de forensengemeenten, maar dan niet tussen de villa’s en rieten daken van Bloemendaal en Blaricum, maar in de vinexwijken, overloopgemeenten en satellietsteden voor de ‘gewone hardwerkende Nederlander’. In Spijkenisse dus. En in Zoetermeer. In Hellevoetsluis, Hoorn en Stede Broec.

 

Eén opvallend succes voor Wilders kan ik niet verklaren. In Edam-Volendam stemde 39,8 procent van de kiezers op de PVV. Is de breuk tussen Jan en Yolanthe zo hard aangekomen?

 

Aanvulling: De hoge score van Geert in Volendam heeft natuurlijk niets met De Breuk te maken. 'Dit is een dorp van harde werkers', is de verklaring van dorpeling Klaas Tol. De PVV was ook de grootste partij in de Amsterdamse stadsdelen Noord, Osdorp, Geuzenveld-Slotermeer en Slotervaart. De hoge score van de PVV in traditionele PvdA-bolwerken is, aldus onderzoeker Maurice de Hond, niet zozeer het gevolg van het rechtstreeks overlopen van socialistische kiezers. Hij zoekt de verklaring in het massaal thuisblijven van PvdA-aanhangers.

 

Carel Brendel is auteur van Het verraad van links (Uitg. Aspekt)

 

Geplaatst op 5 juni 2009

 

Aanvulling op 6 juni 2009

 

 

Homepage: www.hetverraadvanlinks.nl