De nieuwe nepjuwelen van D66
Door Carel Brendel
Hans Gruijters, de in 2005 overleden medeoprichter van D66, deed nogal opzienbarende uitspraken tijdens de verkiezingscampagne van 1972. “Bij de confessionelen blijf ik mijn vingers natellen, nadat ik handen heb geschud”, zei hij in een interview. Voor hem stonden de confessionelen voor ‘twee millennia van onbetrouwbaarheid.”
Wat jammer dat de huidige D66-leider Alexander Pechtold toen niet in de Tweede Kamer zat. Ik stel het me al voor: Pechtold parmantig bij de microfoon, als aanvoerder van het verzet tegen Gruijters. “Meneer de voorzitter, hier worden christenen onnodig geschoffeerd en beledigd. Waar dat toe kan leiden hoef ik u niet te vertellen. U weet toch wel dat Anton Mussert zijn vingers altijd natelde als hij Joden de hand had geschud.”
Wat zou de huidige partijvoorzitter Ingrid van Engelshoven hebben gezegd van de christianofobe uitingen van Gruijters? Als ze even consequent is over moslims als over christenen waarschijnlijk zoiets: “De discussie alsmaar voeren over de band van het christendom, helpt de participatie niet. Als je mensen alsmaar op het culturele en geloofsaspect aanspreekt, zullen ze zich eerder terugtrekken, omdat je ze in een hoek zet. Probeer er nou eens weg van te komen dat we van het verbod op het gebruik van de pil en de roomse index van verboden boeken allemaal ideologische kwesties maken. Daar werpen we barrières mee op.” Met andere woorden: Laat het christendom met rust.
Mijn boek Het verraad van links gaat over het verraad van de linkse partijen aan vrijzinnige seculiere waarden. De meeste aandacht, zowel in het boek als op mijn weblog, gaat uit naar de Partij van de Arbeid. De PvdA is de grootste linkse partij in de Tweede Kamer, heeft de afgelopen decennia regelmatig deel uitgemaakt van het kabinet, en drukt een groot stempel op het lokale bestuur in de grote en middelgrote steden. Bovendien heeft de PvdA de langste traditie, die teruggaat op de vooroorlogse SDAP en zelfs op de Sociaal-Democratische Bond van Ferdinand Domela Nieuwenhuis, de negentiende-eeuwse grondlegger van de sociaaldemocratie.
D66 bestaat nog slechts 43 jaar. Maar de roots van deze partij liggen in dezelfde periode als die van de SDAP. In 1892, twee jaar voordat Pieter Jelles Troelstra c.s. de Sociaal Democratische Arbeiders Partij oprichten, splitsen progressieve liberalen in Amsterdam zich af van de Liberale Unie en vormen de Radicale Bond. Rond deze lokale partij ontstaat in 1901 op landelijk niveau de Vrijzinnig Democratische Bond (VDB). Breekpunt is het algemeen kiesrecht, waar de unieliberalen zich niet aan willen binden. Een van de prominente leden en tevens voorvechtster van het vrouwenkiesrecht is Aletta Jacobs, de moeder van het Nederlandse feminisme.
Links-liberalen en sociaaldemocraten trekken in de jaren daarna samen op in grote kwesties, zoals het kiesrecht en de sociale zekerheid. Als het gaat om seculiere en vrijzinnige waarden strijden socialisten en links-liberalen zij aan zij. Na de Tweede Wereldoorlog besluit de VDB om samen met de SDAP en progressief gezinde christenen op te gaan in de PvdA.
Niet alle vrijzinnig-liberalen zijn blij met deze stap, want in veel opzichten blijft de vernieuwde PvdA een oude SDAP in nieuwe verpakking. De rechtervleugel scheidt zich af. Ze sluit zich aan bij de rechts-liberale Partij van de Vrijheid (PvdV), wat in 1948 leidt tot de vorming van de VVD.
In de roerige jaren 60 herhaalt zich een beetje de partijscheuring van 1892-1901. Linkse liberalen herkennen zich niet meer in de te rechtse VVD. Ze richten samen met anderen een beweging op (Democraten 66), die een politieke plek halverwege PvdA en VVD inneemt. D66 wordt daarom beschouwd als een herleving van de VDB.
Opvallend is dat de twee gangmakers, Gruijters en Hans van Mierlo, afvallige in Brabant geboren katholieken zijn. Hun droom, een einde maken aan de confessionele hegemonie, komt uit in 1994. D66 vormt het cement van twee door Wim Kok geleide paarse kabinetten met PvdA en VVD.
De partij staat vanaf de oprichting voor geestelijke vrijheid en individuele ontplooiing. Dat maakt haar populair bij intellectuelen, die zich losmaken van de kerken - de vroegere vijanden van vrijheid en ontplooiing. Het anticonfessionele sentiment is een van de drijfveren van D66.
Inmiddels heeft zich een nieuwe religie in Nederland gevestigd, die de geestelijke vrijheid en individuele ontplooiing van haar aanhangers en ook die van niet-gelovigen probeert in te perken. Je zou verwachten dat juist D66 op de bres zou staan tegen de aantasting van die vrijheden. De trieste waarheid is dat van alle linkse partijen D66 het meest heeft gecapituleerd voor de intolerantie van de islam.
D66 ging ooit prat op haar kroonjuwelen, waarmee ze de democratisering wilde bevorderen: gekozen burgemeester, gekozen premier, districtenstelsel en referendum. Deze erfstukken zijn naar de lommerd gebracht en ingeruild voor nepjuwelen, die niet de democratisering maar de islamisering bevorderen. Kroonjuweel één is het ontwijken van een oordeel over de Turkse massamoord op Armeense christenen tijdens en na de Eerste Wereldoorlog. Aan dit gedraai heeft D66 haar derde Kamerzetel te danken. Fatma Koser Kaya werd met voorkeursstemmen naar het Binnenhof gestuurd dankzij een campagne onder Turkse Nederlanders.
Kroonjuweel twee is de boerka, die zo goed is voor de geestelijke vrijheid en individuele ontplooiing van miljoenen vrouwen in Afghanistan en Pakistan. De geestelijke erfgenamen van Aletta Jacobs zijn tegen een verbod van deze mensonterende wandelende vrouwengevangenis. Bij hun tolerantie voor het intolerante baseren ze zich op de mensenrechten en de individuele vrijheid. Het is de omkering van alle waarden.
Ondertussen moeten de verdedigers van het kroonjuweel boerka erkennen dat het met de individuele vrijheid van de draagsters slecht is gesteld, ook in Nederland. Zo schreven Ton Monasso en Jan Wouter Langenberg (destijds voorzitter en secretaris van de Jonge Democraten) op 28 februari 2007 op de opiniepagina van Trouw: “Veel van de vrouwen in kwestie zouden echter zonder gezichtsbedekking van hun streng gelovige echtgenoten helemaal niet over straat mogen.”
“Als politiek moet je een boerka niet willen afrukken”, zei Pechtold eerder in een lijsttrekkersdebat met partijgenote Lousewies van der Laan: “Je moet ervoor zorgen dat je die vrouwen zo emancipeert dat ze geen boerka meer willen dragen.”
Helaas hebben we van de D66-fractieleider niets meer vernomen over die emancipatie van deze opgesloten vrouwen. Pechtold heeft zijn partij omgebouwd tot een soort Wildersbestrijdingsdienst. Als grote bestrijder van Het Kwaad heeft hij D66 tot grote hoogte opgestuwd in de politieke peilingen. D66 is populair in de Grachtengordel, maar ook onder salafisten (zij gaven in 2006 een positief stemadvies omdat Pechtold de islam het minst vijandig was gezind) en bij de semitrotskisten en Hamas-vrienden van Nederland Bekent Kleur, het antiracismecomité van beroepsactivist René Danen.
Reageert D66 dan niet meer kritisch op religieuze onderdrukking? Zeker wel. De partij stelt vragen als minister Rouvoet van de ChristenUnie gaat spreken op een fundamentalisch gezinscongres. D66 komt, samen met GroenLinks, in actie als gemeentebesturen strooien met subsidies voor evangelische organisaties als Het Scharlaken Koord of Youth for Christ. Maar D66 laat de islam met rust, conform de opvattingen van partijvoorzitter Van Engelshoven.
Mohammed Mohandis van de Jonge Socialisten gaf in een AD-interview een rake typering. “D66 is voor mij een grachtengordelpartij met het hoofd in de wolken. Met mensen die begaan zijn met de multiculturele samenleving en ondertussen ervoor zorgen dat hun kind naar een witte school gaat.”
Deze nikspartij van de droeve ridder Alexander Pechtold staat nu in de peilingen op 24 zetels. Voor Joshua Livestro, de conservatieve webmaster van De Dagelijkse Standaard, is die virtuele score aanleiding om alarm te slaan. Hij begon vorige week ‘de grote sloop D66-campagne’ om te voorkomen dat we ooit worden opgezadeld met een premier Pechtold.
Nou heb ik het persoonlijk niet zo op dergelijke campagnes. Columnisten en bloggers moeten doen wat hun hand te doen vindt en onafhankelijk de artikelen schrijven, die ze nuttig of prettig vinden. In mijn boek schreef ik in 2007 al over de boerka als kroonjuweel van D66. Begin dit jaar pleitte ik in een webartikel voor wat minder Pechtold (en wat meer Rutte).
Als Pechtold en de zijnen iets doen wat me bevalt, zal ik dat net zo goed melden. In oktober 2007 signaleerde ik dat D66 als een van de weinigen Femke Halsema van GroenLinks steunde bij haar pleidooi voor de beveiliging van Ayaan Hirsi Ali (een kwestie waarin haar oude partij de VVD maar ook Geert Wilders het totaal lieten afweten).
Helaas valt er maar zelden iets positiefs te melden over de rol van D66 in het islamdebat. Ondertussen stel ik verbijsterd vast dat een deel van de kiezers is verblind door de nieuwe nepjuwelen van D66.
Geplaatst op 2 oktober 2009
Homepage:
www.hetverraadvanlinks.nl