Door Carel Brendel
Hoe is het mogelijk dat de religieuze fundamentalist Tariq Ramadan als bruggenbouwer is omarmd door het ‘progressieve’ stadsbestuur van Rotterdam? Waarom leggen gerenommeerde universiteiten in Oxford, Rotterdam en Leiden (waar Ramadan zelf voor de eer bedankte) de rode loper uit voor een filosoof, die vindt dat de wetenschap zich ondergeschikt moet maken aan de islam?
Wie naar achtergronden van de affaire-Ramadan zoekt, kan niet om Surrender heen, het onlangs verschenen boek van Bruce Bawer. Hij beschrijft daarin hoe de elite in het vrije Westen op diverse terreinen capituleert voor de eisen van de radicale islam. Gedreven door angst en politieke correctheid, zo betoogt Bawer, zijn politici, wetenschappers, rechters, journalisten en religieuze leiders bereid om essentiële westerse waarden, zoals de vrijheid van meningsuiting, op te offeren.
Bawers boek heb ik in één ruk uitgelezen. En het wordt hoog tijd om Bawers eerdere boek, While Europe Slept, aan te schaffen. De in Noorwegen woonachtige Amerikaan heeft een meeslepende pen, is een meester in de polemiek. Hij onderbouwt zijn stellingen met talloze concrete voorbeelden van beide kanten van de Atlantische Oceaan.
Surrender (dat net als islam ’overgave’ betekent) begint met de fatwa, die de Iraanse ayatollah Khomeini in 1989 afkondigde tegen Salman Rushdie, de schrijver van De Duivelsverzen. De Iraanse leider leek toen nog een ontspoorde eenling. Het doodvonnis tegen Rushdie stuitte op vrijwel algemene verontwaardiging en afwijzing in de westerse wereld. Terugblikkend stelt Bawer dat deze fatwa het begin was van een ‘culturele jihad’ tegen onze culturele en intellectuele vrijheden. Onder de toenemende druk van militante moslims bleek het vrije westen niet zo standvastig, zo toont de Amerikaan aan met talloze voorbeelden.
Nadat Denemarken nog de rug recht tijdens de cartooncrisis, toonde het naburige Noorwegen slappe knieën toen radicale islamisten het gemunt hadden op het kleine blad Magasinet, dat het had gewaagd enkele ‘voor de islam beledigende’ prenten te plaatsen. De Noorse politici gingen door het stof. Een kerkelijke delegatie reisde naar Qatar voor een ontmoeting met Yusuf al-Qaradawi, de geestelijk leidsman van de Moslimbroederschap en specialist in antisemitische haatpreken. De kerkleiders smeekten hem om de excuses van de hoofdredacteur van Magasinet te aanvaarden. Een volledige capitulatie voor de politieke islam, is het oordeel van Bawer.
Bawer wijst diverse schuldigen aan voor de uitverkoop van de vrijheid van meningsuiting en het tolereren van shariawetgeving in westerse democratieën, zoals bijvoorbeeld op grote schaal plaatsvindt in Groot-Brittanië. Een belangrijke rol in dit geheel spelen volgens Bawer de politiek correcte media. De auteur richt daarbij zijn pijlen vooral op de Britse omroep BBC en op de twee toonaangevende Amerikaanse kranten, de New York Times en de Washington Post.
Deze links-liberale kranten berichten volgens Bawer niet of nauwelijks over de radicale islam in de Verenigde Staten. Zeer orthodoxe, maar niet gewelddadige moslimleiders krijgen in de Amerikaanse verslaggeving al gauw het predikaat ‘gematigd’. Wie de terreur van Osama bin Laden afwijst, wordt al snel geprezen als ‘bruggenbouwer’.
Zo laat Bawer niets over van een rooskleurig profiel in de New York Times van de lokale imam Reda Shata, volgens verslaggeefster Andrea Elliott een ‘echte bruggenbouwer, met één voet in de islam en één voet in de westerse cultuur'. De serie bezorgde Elliott de Pulitzerprijs voor de beste feature. Bawers oordeel is vernietigend: “Elliott’s artikel was een schoolvoorbeeld van de manier waarop de gevestigde media tegenwoordig de islam behandelen: de nadruk ligt op persoonlijke en oppervlakkige details, die de sympathie opwekken, terwijl men opzij gaat of witwast als het gaat om de kern van het geloof, het gezinsleven, culturele gewoonten, sociale regels en politieke doelen op lange termijn, waarmee men de lezers kan informeren, helderheid verschaffen en wellicht alarmeren.”
Bawer wijdt een hoofdstuk aan ‘de islamitische superster’ Tariq Ramadan en zijn westerse verdedigers, voorop de essayist Ian Buruma, die zich in allerlei bochten heeft gewrongen om Ramadan als progressief te kunnen afschilderen. Ook hier komen we al-Qaradawi weer tegen als de man, die door Ramadan wordt geëerd als ‘het ultieme voorbeeld van de moderne verlichte islam’.
Bawers retoriek is op zijn sterkst als hij de bijna Orwelliaanse manier beschrijft waarop een man als de Anglicaanse aartsbisschop Rowan Williams de werkelijkheid op zijn kop zet in zijn pleidooien voor het toelaten van de sharia. De laatste stap in het verhullen van de vervelende werkelijkheid is het invoeren van een nieuwe woordenschat (newspeak). De Europese Unie denkt over richtlijnen aan politici, waarbij woorden als ’jihad’, ’islamitisch’ en ’fundamentalist’ bij voorkeur worden vermeden. Europa is volgens een functionaris op zoek naar ’een gemeenschappelijke woordenschat en definities’ als het gaat om terrorisme. Bawer: “In 1984 voorspelde Orwell eveneens een maatschappij met een gemeenschappelijke woordenschat en definities.”
Hartstochtelijk is Bawer als het gaat om de rechten van homo’s, die op veel plaatsen in de uitverkoop gaan om tegemoet te komen aan wensen uit radicaal-islamitische hoek. Tot zijn spijt stelt hij vast dat homo-organisaties zwijgen over het lot van homo’s in de islamitische wereld, en dat het onderwerp weinig aandacht heeft van westerse regeringen.
Het is te gemakkelijk om Surrender als ’alarmistisch’ af te doen. Bawers betoog is gedocumenteerd met talloze voorbeelden. Slechts een enkele keer betrap ik hem op een slordigheid. Zo schrijft Bawer dat Ramadan als hoogleraar islamologie in Leiden is benoemd op een leerstoel, die volledig wordt gefinancierd door de sultan van Oman. Het is hem ontgaan dat Ramadan zich hiervoor heeft teruggetrokken.
De politieke correctheid van de media valt dagelijks waar te nemen. Wellicht is het in landen als Groot-Brittannië en Noorwegen hiermee nog ernstiger gesteld dan in Nederland. Tegelijk moet ik vaststellen dat op veel plaatsen de politieke correctheid wel degelijk wordt doorbroken. In Nederland bijvoorbeeld zorgen een krachtige publieke opinie, en niet-correcte media zoals De Telegraaf en Elsevier voor een krachtig tegengeluid tegen de gevestigde multiculturele opinies. Voor- en tegenstanders discussiëren er lustig op los op de opiniepagina van De Volkskrant. Wat dat betreft is de situatie een stuk verbeterd sinds het tijdperk-Fortuyn. Bawer komt zelf in zijn boek met talloze voorbeelden van dwarse verslaggevers en bloggers, die in diverse landen tegen de mainstream in aan bod weten te komen.
Bawer stelt terecht vast dat de vrije westerse samenleving op veel plaatsen wordt aangevreten door de religieuze intolerantie van de radicale islam. In die zin is zijn boek een niet mis te verstane waarschuwing. Dat aanvreten hoeft in mijn ogen niet per se tot overgave en ondergang te leiden. Maar het is dan wel zaak dat het Vrije Westen ontwaakt en de rug recht als het gaat om de verdediging van waardevolle vrijheden en mensenrechten. Bawers boek is daaraan een belangrijke bijdrage.
Nog is Polen niet verloren.
Geplaatst op 26 augustus 2009
Homepage:
www.hetverraadvanlinks.nl