AIVD waarschuwt burgemeesters
voor de methode-Kedichem Door Carel Brendel Zelden was een AIVD-waarschuwing voor antifascisten zo concreet en duidelijk, als het bericht dat de
veiligheidsdienst vandaag (8 februari) heeft laten uitgaan naar alle burgemeesters van Nederland omtrent de
activiteiten van de linkse Anti Fascistische Actie (AFA). Deze groepering, zo melden onze nationale gleufhoeden, “zoekt de confrontatie met in hun ogen ‘rechtse’
partijen tijdens partijbijeenkomsten en demonstraties en probeert dit soort bijeenkomsten te voorkomen door
het lokale bestuur op oneigenlijke wijze of onder valse voorwendselen te benaderen. AFA past deze werkwijze
ook toe in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen.” In de toelichting van de AIVD staat het volgende: “AFA benadert regelmatig - vaak onder het mom van een
antidiscriminatiewetbureau - gemeentebesturen om te voorkomen dat in hun ogen ‘rechtse’ groeperingen de
mogelijkheid krijgen bijeenkomsten te houden of te demonstreren. Wanneer AFA kennis heeft van een geplande
demonstratie door rechts, worden gemeenten en bijvoorbeeld zaaleigenaren benaderd en gewaarschuwd voor
materiële schade die het gevolg kan zijn van dergelijke demonstraties. Schade is in de regel echter juist
het gevolg van AFA’s tegendemonstraties.” In feite gaat het hier om de methode-Kedichem ook wel de methode-Boekel genaamd. In beide plaatsen werden
in de jaren '80 van de vorige eeuw bijeenkomsten van de Centrumpartij gewelddadig verstoord. In mei 1984 was
een hotel in Boekel het mikpunt van de antifascisten. In maart 1986 vatte een hotel in Kedichem vlam door
een bliksemactie
van tegenbetogers. Wil Schuurman, de secretaresse en latere echtgenote van CP-voorman Hans Janmaat, verloor
een been toen zij vanaf de eerste verdieping sprong om in veiligheid te komen. Jaap van Donselaar, de onderzoeker van rechts extremisme in Nederland, maakt aan dit tegengeweld weinig
woorden vuil in zijn boek Fout na de oorlog over fascistische en racististische organisaties in
Nederland tussen 1950 en 1990. Terwijl de wetenschapper een open oog had voor alle dubieuze types, die een
plaatsje kregen in de hofhouding van Janmaat, sprak hij geen enkel moreel oordeel uit over het
tegengeweld. Voor hem was het zo te zien vooral een onvermijdelijk natuurverschijnsel: “In de jaren zeventig
en tachtig zien we een toename van gewelddadige confrontaties tussen fascistische activisten en hun
tegenstanders.” Van Donselaar onderzoekt nog steeds het rechts extremisme. Onlangs kwam hij in het nieuws door zijn
medewerking aan een rapport, waarin hij de PVV van Geert Wilders voorzag van het etiket ‘nieuw rechts
radicaal’. Daarbij gebruikte hij de zelfde pseudo-wetenschappelijke methodes, waarmee hij al jaren rechtse partijen bestudeert en
etiketteert. De gebreken van zijn werkwijze beginnen nu ook op te vallen bij de gevestigde media. Zo schreef
Volkskrant-commentator Martin Sommer zaterdag (6 februari) het volgende over het onderzoek voor Ter Horst: “Drie professoren die betaald door het ministerie onderzoeken of een politieke partij met negen
Kamerzetels wel door de beugel kan - dat gaat vrij ver. Dan verwacht je een degelijk werkstuk, een verhaal
waardoor je Wilders en zijn PVV beter begrijpt. We kennen het resultaat, er is sprake van Nieuw Radicaal
Rechts, vanwege de nadruk op ‘het eigene’, afkeer van ‘het vreemde’ en een ‘hang naar het autoritaire’.
Waarnemers die iets minder gepekeld zijn in de Nederlandse subtiliteiten denken misschien aan het CDA. Wat een rommeltje dat onderzoek. Het wetenschappelijke drietal maakte eerst ruzie over definities met de
begeleidende ambtenarij. De ambtenaren wilden niet aan het begrip extreem rechts, vanwege de connotatie met
geweld. Onderzoeker Van Donselaar, zelf geworteld in de anti-discriminatiebeweging, deed de vondst Nieuw
Radicaal Rechts. Vervolgens gebruikte hij in interviews onbekommerd de term extreem rechts voor de PVV.” Misschien is de AIVD-waarschuwing van vandaag aanleiding voor de media om ook de hoofdstukken over links
extremisme in het bewuste rapport eens goed door te lezen. Dit gedeelte is geschreven door de Tilburgse
onderzoeker Hans Moors, leider van het onderzoeksinstituut IVA, dat als hoofdaannemer voor het onderzoek optrad en het
rechts radicalisme uitbesteedde aan Van Donselaar en zijn Leidse collega Bob de Graaff. Moors geeft een korte beschrijving van elkaar deels overlappende linkse stromingen: socialisme en
communisme, anarchisme, antifascisme, nieuwe sociale bewegingen en krakers. Het breekt volgens Moors aan
systematische wetenschappelijke kennis over het ‘antifascisme‘ (de aanhalingstekens zijn van Moors). Recent
wetenschappelijk onderzoek naar het zogenoemde ‘antifascisme’ in Nederland is er niet, en ook de afbakening
is een probleem. Er bestaat in elk geval een opvallende verwevenheid tussen de officië anti-discriminatiewetbureaus en de
meer geharde ‘antifascisten’ (de aanhalingstekens zijn nu van mij), zo mag blijken uit het volgende citaat
van Moors: “Antifascisme is immers te beschouwen als een morele hoeksteen van de (Westerse) democratie sinds
de Tweede Wereldoorlog. Ook in Nederland is antifascisme een vanzelfsprekendheid en sterk verweven met de
bestrijding van racisme en discriminatie. De bestrijding van deze problematiek heeft in de jaren tachtig en
negentig een krachtige impuls gekregen, onder andere door de toegenomen betekenis van rechtsextremisme. Zo
ontstond een netwerk van antidiscriminatiebureaus. Enkele kwamen direct voort uit de antifascismecomité’s van de jaren tachtig (een uniek netwerk dat in de
meeste andere landen een onbekend verschijnsel vormt) en dat leidde tot een sterke associatie van
(extreem)links met antifascisme. Daarnaast zijn er tal van instellingen in Nederland die zich bezighouden
met de bestrijding van rechtsextremisme, racisme en discriminatie, primair of als onderdeel van een reeks
van taken. In dit brede veld hebben zich de laatste pakweg twintig jaar ook activistische, radicale en zelfs
gewelddadige vormen van antifacisme gemanifesteerd. Het activistische, radicale en soms gewelddadige
antifascisme is ook de laatste jaren in Nederland waarneembaar.” Gezien deze verwevenheid moet het voor de AFA-activisten niet moeilijk zijn om zich voor te doen als
woordvoerders van een antidiscriminatiewetbureau. Merkwaardig eigenlijk. In Nederland bestaat er een complete sector van wetenschappers, meldpunten en
instanties die mogelijke excessen van extreem rechts in de gaten houdt. Deze sector is dermate vastgeklonken
aan het linkse activisme, dat er van een onafhankelijke waarneming van de excessen van extreem links
nauwelijks sprake kan zijn. Een treffend voorbeeld staat verderop in Moors' rapport. Daar wordt de onderzoeksgroep Kafka genoemd als
verstrekker van ‘informatie over extreemrechtse personen ten behoeve van antifascistische actie’. Dat zelfde
Kafka levert tevens gegevens waarop Van Donselaar zijn omstreden Monitor Radicalisme & Extremisme
baseert. Vroeger heette dat de Monitor Radicalisme & Rechtsextremisme. Met de naamsverandering wordt
gesuggereerd dat Van Donselaar nu alle vormen van extremisme op de voet volgt. In werkelijkheid blijft hij
rechtse extremisten monitoren met behulp van linkse extremisten. De antiracismebeweging in Nederland was betrekkelijk onomstreden in de publieke opinie toen ze zich
richtte tegen mogelijke neo-nazi’s en onversneden racisten. Inmiddels verplaatst het werkterrein zich naar
het neerslaan van alle mogelijke vormen van kritiek op de islam. Wie niet is geïntimideerd door de moord op
Theo van Gogh of de bedreigingen aan het adres van Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders, moet nu ook rekening
houden met de 'antifascistische' hulptroepen van de politieke islam. Of krijgt te maken met de juridische tak van de
beweging. Dat alles is een stuk ernstiger dan ontsporingen van Wilders zoals de denigrerende ‘kopvoddentax’. Niet
voor niets neemt een reeks verstandige columnisten (zoals Afshin Ellian en Nausicaa Marbe) het op voor zijn
vrijheid van meningsuiting, ondanks alle bezwaren tegen de politieke denkbeelden van de PVV. Het is een
gunstig teken dat in elk geval de AIVD zich niet voor de gek laat houden door intolerante lieden, die zich
hebben vermomd als antifascisten. Geplaatst op 8 februari 2010 Homepage: