Vergissen is menselijk Politicus Geert Wilders en arabist Hans Jansen botsten kort na de aanslagen van 11 september met Pim
Fortuyn. Zij hadden nog geen probleem met de islam (Wilders), of verwachtten een voortschrijdende
secularisering van de Nederlandse moslims (Jansen). Zelf ben ik op bepaalde punten ook anders gaan denken
over de islam, zo blijkt uit een artikel, dat ik 13 jaar geleden voor het Algemeen Dagblad schreef. Pim Fortuyn ziet spoken en hoofddoekjes CAREL BRENDEL “HET DEBAT over de moslims in Nederland moet weg van de borreltafel. Een publiek debat is beter voor de
geestelijke hygiëne.” Pim Fortuyn ging er vrijdag stevig tegenaan bij de presentatie van zijn boek Tegen de islamisering van
onze cultuur. Het moslimfundamentalisme bedreigt volgens de Rotterdamse ondernemer en ex-hoogleraar de
fundamentele waarden van onze samenleving. Nederland moet ontwaken uit zijn culturele winterslaap, ophouden
met het relativeren van de eigen normen en waarden en de nieuwe islamitische medeburgers keihard duidelijk
maken waar de grenzen liggen, aldus Fortuyn. Aan de scheiding van kerk en staat en de gelijkheid van mannen
en vrouwen valt niet te tornen en de 400.000 moslims moeten zich ook neerleggen bij de emancipatie van
homoseksuelen en de gelijkwaardigheid van kinderen en volwassenen. De Pavlov-reacties op Fortuyns boek bleven niet uit. CD-leider Janmaat meende direct een nieuwe
geestverwant te ontwaren en zou de Rotterdamse publicist (tevergeefs) een Kamerzetel hebben aangeboden.
Annemarie Grewel, boegbeeld van het hoofdstedelijke antiracisme, zag in diens ‘uitgepoepte’ teksten een
handreiking aan extreem rechts. Ook GroenLinks-Kamerlid Mohammed Rabbae vindt sommige uitlatingen van
Fortuyn ‘koren op de molen van extreem rechts’. Hij was wel bereid het eerste exemplaar te ontvangen en in
debat te gaan met de eigenzinnige wetenschapper. Rabbae prees de aandacht in het boek voor de problemen rond
onderwijs, huisvesting en arbeidsmarkt. “Hij beschouwt de moslims als medeburgers en gaat het debat aan over
de multiculturele samenleving.” Voor Fortuyn is de ongevraagde bijval uit centrumdemocratische hoek geen punt. “Ik pas er voor mijn mond
dicht te houden omdat meneer Janmaat soms hetzelfde opmerkt.” Tegenstanders die hem als ‘racist’ de mond
willen snoeren bestempelt hij als ‘geestelijke terreurpolitie’. Wie zijn boek goed leest zal Fortuyn beslist niet voor racist uitmaken. Met zijn pleidooi voor de snelle
inburgering van islamitische allochtonen betoogt hij juist het tegenovergestelde van extreem rechts, dat de
buitenlanders het liefst ziet oprotten. Het probleem met Pim Fortuyn ligt elders: Pim is Pim en heeft de
neiging door te draven. De concentratie van grote groepen werkloze en verarmde moslims, die geen binding hebben met ons land, in
oude wijken is een serieus probleem. Maar nergens in zijn boek maakt de oud-hoogleraar uit de volkswijk
Feijenoord waar dat de Nederlandse cultuur gevaar loopt door een opkomend islamitisch fundamentalisme.
Moslimorganisaties, die openlijk met Iran sympathiseren, leiden in ons land een marginaal bestaan. Er bestaat inderdaad een fundamentalistische stroming van 300.000 overtuigde (fanatieke) gelovigen die de
scheiding tussen kerk en staat wil opheffen. Fortuyn noemt deze club niet, want zij past niet in zijn
betoog. Het gaat immers om de orthodox christelijke SGP. In deze autochtone kringen worden vrouwen - om in
termen van de auteur te spreken - 'door de mannen gedwongen' lange rokken te dragen en gediscrimineerd. De
SGP verwierp de regeermacht van de vrouw, terwijl in de islamitische landen Turkije en Pakistan vrouwen aan
het roer stonden. Maar zoals niemand de SGP gelijkstelt met het Nederlandse christendom, zo zal geen
verstandig mens de islam in Nederland op een hoop gooien met de Iraanse ayatollahs. De moslims hier vormen een bont geheel van stromingen en nationaliteiten. Terwijl de een zich vastklampt
aan het leven van veertig jaar geleden in zijn geboortedorp, probeert de ander zich zo goed mogelijk aan te
passen. Weer anderen zoeken een middenweg. Fortuyn heeft er geen oog voor. Hij ziet alleen schichtige
vrouwen in lange jurken, meisjes met hoofddoekjes en fundamentalistische spoken. Weet hij dat jonge
moslimmeisjes het naar verhouding heel goed doen op de arbeidsmarkt? Is hem bekend dat Turkse en Marokkaanse
jongeren zich in toenemende mate richten op Nederland? Al lezend krijg je de indruk dat Fortuyn de
Nederlandse islam vooral heeft bestudeerd vanaf de achterbank van zijn auto met privéchauffeur. Hij
signaleert de in het oog lopende misstanden, maar verdiept zich niet werkelijk in zijn allochtone buurt- en
landgenoten. (Bron: Algemeen Dagblad, 17 februari 1997) Bovenstaand artikel schreef ik dertien jaar geleden na de boekpresentatie van Pim Fortuyns Tegen de
islamisering van onze cultuur. De volgende dag reageerde collega Pamela Hemelrijk met de volgende
column. Emancipering & Islamisatie IN DE TROS Nieuwsshow ging het over het nieuwe boek van Pim Fortuyn. Het boek Tegen de Islamisering
van onze cultuur. Professor Pim zelf was er niet bij, om redenen die mij niet duidelijk zijn geworden,
want ik viel midden in het programma. Wel was er een Islamoloog uitgenodigd en die vond het een heel kwalijk
en slecht boek. Omdat het koren was op de molen van Janmaat, en omdat er zoveel spelfouten in stonden. Hij
had ze allemaal aangestreept en hij somde ze allemaal op. Mijn belangstelling voor het boek van professor Pim was meteen gewekt. Als je tegenstanders je spelfouten
gaan aangrijpen om te bewijzen dat je een racist bent, dan moeten ze wel ten einde raad zijn. Dan moeten je
argumenten wel knap steekhoudend zijn. De ondervrager interesseerde zich gelukkig ook niet zo bar voor de vraag of professor Pim nou dyslectisch
is ja of nee. Hij begon over de homohaat in de Islamitische cultuur. Daar konden we toch niet omheen? Dat werd allemaal sterk overdreven, vond de Islamoloog: “Homoseksualiteit is in Islamitische landen
doodgewoon. Het komt daar zelfs meer voor dan hier. D'r mag alleen niet over gepraat worden. Dat is het
enige verschil.” Het enige verschil noemt-ie dat, dacht ik. Alsof het om een kleinigheid gaat. Je kunt in Iran best wel
homoseksueel zijn hoor! Geen enkel probleem! Je moet alleen maar zorgen dat je er niet op wordt betrapt!
Want dan word je nou eenmaal gestenigd. Maar dat is dan ook alles! Dus waar maken al die muggenzifters zich
zo druk over? Tot zover de Islamoloog. Carel Brendel schreef gisteren in deze krant dat Pim spoken ziet; dat hij de
Nederlandse moslims kennelijk heeft bestudeerd vanaf de achterbank van zijn auto met chauffeur. Dat vind ik
unfair; Pim woont midden in een 'zwarte' wijk, wat meer is dan je van de meeste intellectuelen kunt zeggen.
De meeste intellectuelen bestuderen het verschijnsel van achter hun bureau, laten we wel wezen. Wie zijn representatief? De jonge moslimmeisjes die het volgens Carel ‘hier heel goed doen op de
arbeidsmarkt’? Of de Turk die tegen Pim Fortuyn zei: ‘kijk jij maar uit kale, wij nemen het hier straks
over’? Dat weten wij niet, want we beschikken niet over cijfers. Ik heb wel eens geprobeerd uit te vissen
hoeveel Vietnamese bootvluchtelingen er inmiddels studeren aan Nederlandse universiteiten (dat zijn er
namelijk heel veel), om aan te tonen dat het niet allemaal kommer en kwel is wat de klok slaat. Maar daar
was niet achter te komen. Het CBS houdt van alles bij, maar registreert principieel geen etnische
achtergronden; dat is niet comme il faut. Dus lult iedereen er maar op los, al naar gelang zijn politieke
kleur. Volgens Pim Fortuyn wijzen de statistieken uit dat 70 procent van de gevangenisbevolking allochtoon is,
en dat zal wel kloppen, maar hij heeft het niet in zijn boek durven zetten. Niet dat dit in dit land
verboden is, zo erg is het nou ook weer niet, maar hij past ervoor om te worden gebrandmerkt als de
Nederlandse Filip Dewinter. De vrijheid van meningsuiting, kortom, is in theorie springlevend, maar in de
praktijk begint ie toch een beetje te kwakkelen met z'n gezondheid. Fortuyn weet, als homoseksueel, wat het is om te worden gediscrimineerd en veracht. Hij heeft geen zin om
passief toe te zien hoe er aan de moeizaam bevochten gelijkberechtiging van vrouwen en homo's (twee dingen
die altijd in elkaars verlengde liggen) wordt geknaagd. Ik voel met hem mee. Ik ben ook gechoqueerd als ik
zie hoe die vernederde moslimvrouwen op de markt achter hun baas aan waggelen, als een hond die wordt
uitgelaten. Zelfs de lappen waarin zij zich moeten inzwachtelen omdat het hun schuld is dat mannen nu
eenmaal altijd aan van dattum denken, die mogen zij niet zelf uitzoeken. Dat doet hij. Zij mogen de
boodschappentas openhouden. Zodra hun zoon de puberteit bereikt moeten ze ook hem gehoorzamen. Die vrouwen zijn niet iemands echtgenote, maar iemands huisdier, lijfeigene en werkster. En zo zien ze er
ook uit. Hoe kun je je er als land nog op laten voorstaan de kampioen van de anti-discriminatie en de
gelijkberechtiging te zijn, als je dat allemaal met de mantel der liefde bedekt? Of ben ik een racist, dat
ik er zo over denk? Je kunt anderssoortige culturen respecteren tot je erbij neervalt, maar het is de vraag of je ze daar een
dienst mee bewijst. Wat je in feite doet is partij kiezen voor de onderdrukkers. Zo lang wij de moslims hier
niet warm krijgen voor de emancipatiegedachte, zo lang zullen zij een sociaal achtergestelde groepering
blijven. En het zijn uitgerekend die groeperingen waar het fundamentalisme het van moet hebben. Vanuit de universiteit van Teheran worden tegenwoordig fortuinen gepompt in de wereldwijde verbreiding
van de Islam via Internet. Ik zag er laatst een reportage over op TV Cinq. De muzelmannen die daar achter
hun beeldschermen fulltime bezig waren met het vullen van hun propagandasite, die zullen niet rusten voor de
hele vrouwelijke wereldbevolking in een chador over straat gaat. Dat is hun Heilige Opdracht; daar lieten
zij geen twijfel over bestaan. Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik heb geen zin om ze daarbij een handje
te helpen. (Bron: Algemeen Dagblad, 18 februari 1997) Van Geert Wilders dook vandaag (23 februari) een oud optreden op bij Barend & Van Dorp. Daarin legt Wilders kort na 11
september 2001 uit, dat de opstelling van de VVD tegenover de islam totaal anders is dan de lijn van Pim
Fortuyn. “Ik heb van begin af aan duidelijk gemaakt dat ik niets heb…, dat de VVD niets heeft tegen de
islam. Het gaat niet om een religie. In tegenstelling tot Pim Fortuyn die oproept tot een kruistocht, of wat
is het, een koude oorlog tegen de islam, wat een verwerpelijke opmerking is, omdat ie daarmee alle moslims
op één hoop gooit, heb ik van begin af aan gezegd; de islam daar is niets mis mee, het is een te respecteren
godsdienst. Ook de meeste moslims ter wereld, maar ook in Nederland zijn goede burgers waar niets mis mee
is. Het gaat om dat kleine stukje moslimextremisme. (…) Ik heb niets tegen de islam.” Arabist Hans Jansen mocht kort na 11 september in Buitenhof debatteren met Fortuyn. Ook hij vond
destijds dat Fortuyn de zaken te zwaar aanzette. In Nederland was volgens hem geen voedingsbodem voor
moslimfundamentalisme. Daarnaast vertrouwde Jansen sterk op de voortschrijdende secularisatie en assimilatie
onder moslims in Nederland. Fortuyn wees er op dat de goed presterende jonge meisjes uit Turkse en
Marokkaanse kring niet opkwamen voor hun achtergestelde zusters in de prachtwijken. Jansen denkt er tegenwoordig radicaal anders over. “Ik heb me denk ik toen gewoon vergist”, zei hij vorig
jaar bij Pauw & Witteman in een
debat met GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi. “En het siert de mens om toe te geven dat hij zich heeft
vergist.” Wat is er dan in de tussentijd gebeurd? vroeg Paul Witteman. “Bijvoorbeeld de moord op Theo van
Gogh”, antwoordde Jansen. Namens het AD interviewde ik Pim Fortuyn twee maal in de jaren ‘90, in 1991 en 1995. In beide artikelen kwam
de islam nog niet aan de orde. In 1997 zette Fortuyn zelf het onderwerp op de agenda met Tegen de
islamisering van onze cultuur. Als ik mijn verslag van toen teruglees, zie ik dat ik de zelfde lijn zat als Hans Jansen vier jaar later.
Ik vond dat Fortuyn de zaken te somber inzag, en dat hij te weinig oog had voor de diversiteit en de
voortschrijdende secularisering in islamitische kring. Ik kon de verleiding niet weerstaan om de
islamitische orthodoxie te vergelijken met ons reformatorische christendom. Ook ik heb me vergist. De
secularisering is weliswaar doorgegaan onder een deel van de moslims, maar ik heb de invloed ervan op het
geheel nogal overschat. Wat is er in die dertien jaar gebeurd? Heel wat. Allereerst de terreuraanslagen van 11 september. De
demonisering van en moord op Pim Fortuyn. De aanslagen in Madrid en Londen, op Bali en in Casablanca. De
moord op Theo van Gogh. De bedreigingen aan het adres van Wilders en Ayaan Hirsi Ali. De Deense
cartooncrisis. De angstige houding van onze regering rond de film Fitna. De sluipende aantasting van
de vrijheid van meningsuiting. De neiging om het hoofd te laten hangen naar conservatieve moslims. Het omslagpunt was in mijn geval de kwestie-Ayaan. Ik schrok ervan dat ook op papier gematigde en
progressieve moslims zo fel tegen Ayaan van leer trokken, haar kritiek op de islam buiten de orde wilden
stellen en daarbij gesteund werden door zichzelf links noemende politici en intellectuelen. De moord op Theo van Gogh versterkte mijn gevoel van onbehagen. De schok over deze religieus
geïnspireerde terreurdaad duurde kort. Aangemoedigd door koningin Beatrix en een detachement Geert Makken
keerden de Nederlandse moslims snel terug in hun vertrouwde slachtofferrol. Mede dankzij het linkse verraad
aan seculiere westerse waarden, kon het moslimfundamentalisme haar - overigens al lang vóór 2001 opgebouwde
- positie in Nederland versterken. “Ik hoop dat u gelijk krijgt”, zei Pim Fortuyn in 2001 tegen Hans Jansen. Helaas, het mocht niet zo
zijn. In haar column schreef Pamela Hemelrijk destijds dat de meeste intellectuelen vanachter hun bureau
oordeelden. Fortuyn daarentegen woonde toen nog midden in de ’zwarte wijk’ Feijenoord. Zelf woon ik in een witte enclave van een zeer gemengde wijk. Om de hoek zitten de fundamentalisten van
Milli Görüs, aan de andere kant is het multiculturele winkelcentrum. Mijn kinderen gingen naar een gemengde
openbare school. Ik herinner me nog het verhaal dat twee pas uit Libanon gevluchte meisjes met een hoofddoek op naar
school kwamen. Ze werden uitgelachen door hun Turkse en Marokkaanse klasgenootjes. Toen geloofde ik
inderdaad dat moslims zich los zouden maken uit een onderdrukkend geloof, zoals veel Nederlandse
katholieken, protestanten en joden dat in de jaren daarvoor hadden gedaan. Inderdaad, ik heb me vergist in de emancipatiedrift van de Nederlandse moslims. Maar bovenal heb ik me
vergist in de hardnekkigheid waarmee deze emancipatie is tegengewerkt door politieke partijen, die ooit
werden opgericht om hun achterban te emanciperen. Geplaatst op 23 februari 2010 Homepage: